2011 Jacobsroute
Etappes (vervolg van Canal du Midi)
Vrijdag 10 juni La Reole – Minzac 76 km
Zaterdag 11 juni Minzac – St Aulay 38 km
Zondag 12 juni St Aulay – Angoulaime Airport 73 km
Maandag 13 juni Angoulaime Airport – Charroux 62 km
Dinsdag 14 juni Charroux – Fontaine/Chasseneuil 75 km
Woensdag 15 juni Fontaine/Chasseneuil – Nouâtre 63 km
Donderdag 16 juni Nouâtre – Tours 64 km
Vrijdag 17 juni Tours – Vendôme 79 km
Zaterdag 18 juni Vendôme – Bonneval 67 km
Zondag 19 juni Bonneval – Chartres 44 km
Maandag 20 juni Chartres – Goussonville 74 km
Dinsdag 21 juni Goussonville – Henonville 49 km
Woensdag 22 juni Henonville – Ourscamps 108 km
Donderdag 23 juni Ourscamps – Honnecourt 80 km
Vrijdag 24 juni Honnecourt – Saméon 71 km
Zaterdag 25 juni Saméon – Geraardsbergen 84 km
Zondag 26 juni Geraardsbergen – Roosendael 76 km
Maandag 27 juni Roosendael – Ulvenhout 81 km
Dinsdag 28 juni Ulvenhout – Rotterdam 71 km
Vrijdag 10 juni rijden we de brug over en vanuit La Réole de hellingen op, het binnenland weer in. Onderweg komen we een hond tegen, die bijna 10 km. met ons meeloopt. “Die vindt zijn weg wel terug” is het antwoord van iemand die we vragen hoe daar mee om te gaan. In Sauveterre, een heel leuk dorpje, raken we hem kwijt. Op het plein, omzoomd door overdekte bogen doen we koffie en boodschappen. We komen hier op Piste Cyclable Japébie. Dit is een oude spoorlijn naar Bordeaux, omgetoverd tot een prachtig 55 km. lang fietspad, waarvan we 20 km. kunnen gebruiken. Dat is heerlijk fietsen met af en toe wat vals plat. Als we vlak bij de Jacobsroute zijn lunchen we en slaan dan rechtsaf richting St. Emilion. We zitten dan midden in de wijngaarden. Bij St. Emilion gaat het miezeren. We lopen omhoog door het toeristische dorp en even er buiten vinden we een overdekt terras om te schuilen en iets te drinken. We gaan langs prachtige oude kasteeltjes en kerken naar Minzac, waar plek is voor wat tenten. Heel rustig, picknickbank. Prima zo.
Zaterdag 11 juni hebben we maar 38 km. te doen. Dat komt met de afstanden tussen campings wel eens zo uit. Het is erg fris maar licht bewolkt en dus goed fietsweer. Het terrein is erg afwisselend met ook wat bos. In Pizou pauzeren we. In Servanches zien wij een vrij oude kerk met een bel in Spaanse stijl, gehangen in een holle ronding op het dak. Langs onze route zien wij ook een paar koeien tussen de bomenrijen die waken over hun pas geboren kalfjes.Om half twaalf komen we St. Aulaye binnen en doen uitgebreid boodschappen voor het geval we zondag niets tegenkomen. De beoogde camping blijkt dicht en we worden verwezen naar Bonnes, 5 km. verder. Dat blijkt niet nodig. Een kilometer verder is een camping a la ferme die wel open is en waar we een prima plek vinden, vlak bij een vijver met veel kikkers. Dat zullen we nog wel merken tijdens de nacht. We kunnen een paar stoelen lenen van een niet gebruikt mobil home en hebben een middag en avond om te relaxen. ’s Nachts hebben we regelmatig een kikkerconcert.
Zondag 12 juni gaan we 72 km. verder naar Angoulème Airport, een dag met 750 verticale meters, voor ons een echte klimdag. Opnieuw begint de dag met weinig bewolking, maar het zal grijzer worden met soms een spatje regen. In Ronsenac, een leuk plaatsje, drinken we koffie bij Jimmy’s. De wijnbouw heeft plaatsgemaakt voor graan, mais en zonnebloemen. We hebben wel zin een zondagse Franse lunch, maar onderweg komen we nergens een restaurant tegen. Dus wordt het weer brood eten met het lekkers dat we bij ons hebben. We komen twee Vlamingen op een tandem tegen op weg naar Santiago de la Compostella. Ze hebben problemen met de fiets zoals gebroken spaken en moeten voorzichtig rijden. Tegen vier uur ’s middags komen we in de buurt van het vliegveld en zien een bordje richting camping, maar ook allerlei verkeersregelaars. Er is een wielerwedstrijd gaande en wij moeten over het parcours om onze camping te bereiken. Dat blijkt geen probleem en zo krijgen wij ook onze aanmoedigingen. De camping is heel eenvoudig, maar voldoet. De kosten vallen mee. Een beheerder is nooit langsgekomen. Wel zoemden de vele bijen door de bloesems van de boom waar we bji stonden.
Maandag 13 juni gaan we naar Charroux, ook niet zo’n vlakke etappe. In Brie vinden we een geweldige bakker waar we ons tussendoortje en brood kopen. In St. Agneau zien wij een prachtige begraafplaats met grote grafmonumenten. Ook een perfecte bank naast een warme muur om onze chaussons-aux-pommes op te eten. Het is Tweede Pinksterdag, ook in Frankrijk een feestdag. In Nanteuil-en-Vallée zijn enkele restaurants maar het is pas elf uur. We hebben koffie bij een plek die een grote trouwpartij verwacht en bekijken de muren, donjon en tuin van een 12de eeuwse abdij daar. Ook Charroux heeft een mooi centrum met een toren van Pisa. Het is intussen prachtig weer geworden. We vragen naar de camping maar het kost wat moeite om die te vinden. Uiteindelijk blijkt het een aire naturelle, een park met bescheiden sanitaire voorzieningen. Niet alleen bescheiden maar ook vies. Het moet maar. We zetten onze tent op en krijgen later bezoek van een 90+er die zijn hond hier uitlaat. We raken in gesprek met hem. Afgezien van een enkele visser en wandelaar is het een rustige plek.
Dinsdag 14 juni komen we door Poitiers, een grote stad met een mooi oud centrum. Eerst vinden we in Charroux de bakker en bewonderen de oude overdekte markt. Eén fel klimmetje en dan is het meer vlak fietsen door de velden. We komen enkele fietsers uit Nederland tegen, de de route naar Santiago doen of een deel ervan.In de buitenwijken van Poitiers begint het te regenen maar dat duurt niet lang. Gps en kaart brengen ons naar het centrum waar een een overdekt terras vinden voor een warme lunch. Hierna hangen we een poosje de toerist uit en zoeken dan de route weer op, die ons naar de eindbestemming Fontaine brengt, maar de werkelijke plek van de camping is Chasseneuil, aan de overkant van de rivier. Het is een redelijk goed bezette camping maar verder prima en op loopafstand van het dorp, waar we eerder onze boodschappen deden. ’s Avonds in het zonnetje maken we een wandeling door het dorp, dat zijn verleden goed in ere houdt.
Bij half bewolkt en een lekkere temperatuur weer koersen we de volgende dag richting onze bestemming: Nouâtre. We komen hunebedden tegen en bij Vieux Poitiers de restanten van een Romeins amfitheater.We hebben de wind mee en bereiken tegen 12 uur Dange-St.-Romain, waar een slager is. Het is lunchtijd en hier zijn enkele plekken waar we dat zouden kunnen doen. De eerste plek is niet zo geschikt, maar bij de tweede, een Logis de France, is de kok bereid onze fietsen een veilig onderkomen te geven en genieten we van een perfecte lunch.We houden hierna de wind mee. Onderweg komen we door Pussigny waar een openluchttentoonstelling van grote schilderwerken is. Om vier uur zijn we in Nouâtre, waar we een compleet lege camping zien. Hij is toch niet dicht? Net niet. Hij is vandaag open gegaan en wij zijn de eerste gasten en de enige. ’s Avonds lopen we langs de Vienne, de rivier waar de camping aan ligt.
Donderdag 16 juni is onze bestemming Tours, waar een oud-collega woont, die we gaan opzoeken. Onderweg komen we door Ste-Maure-de-Touraine, waar driftig aan de D910 werd gewerkt die dwars door het dorp loopt. Daar is een bakker. De track in de gps wijkt af van de route in het boek. Hierdoor missen we een van de bezienswaardigheden, een oud Hospitium. Na het verlaten van de drukke D128 zijn we wat hoger op een plateau in de velden. We komen door Veigne, een leuk dorp, waar we boodschappen doen en buiten het dorp aan de rivier een plek voor lunch vinden. Ook de camping ligt hier leuk, maar we moeten verder. We bereiken het centrum van Tours en het station. Met de fiets aan de hand vinden we de kathedraal, die we bezoeken. We lopen door wandelgebied en vinden een geweldig theehuis waar we iets gebruiken. Dan zoeken we de Loire op en het fietspad erlangs om onze bestemming voor de avond te bereiken in La Ville-aux-Dames, iets ten oosten van Tours.
Vrijdag 17 juni – Terug naar Tours en de fietsbrug over de Loire. Dan wordt het wat lastiger want het is spits. Wat nog niet gemeld is, is dat we de Jacobsroute tegen het boekje in rijden, dus soms met eenrichtingsverkeer te maken hebben waar we niet in mogen. In de ochtendspits is het dan wel eens improviseren en lopen. Bij Rochecourbon komen we in iets rustiger vaarwater maar ook hier moet wat gelopen worden: op deze dag meer dan alle voorgaande dagen tevoren.Chateau Renault belooft in de naam een kasteel maar we zien het niet. Rond half drie draaien we door de prachtige stadspoort van Vendôme. We worden naar de camping aan de rand van de stad verwezen. Na opzetten van de tent gaan we terug de stad in om alles te bekijken en boodschappen te doen. Op de camping komen wat buien voorbij, waardoor we de tent in moeten vluchten. Morgen wordt het vlakker meldt een pelgrimsfietsers die uit het noorden komt.
Zaterdag 18 juni gaan we naar Bonneval, een rit van 67 km. We steken de Loir (zonder e) over. Een paar dreigende luchten en buien doen ons rond half negen schuilen. Daarna houden we het droog tot koffietijd. Die plek vinden we in Cloyes-sur-le-Loir.Tussen buien en schuilen door zien we mooie kastelen. We nemen de tijd voor Chateaudun met zijn gigantisch kasteel midden in de stad. Na in de buurt van de Loir door de velden gereden te hebben komen nu de hellinkjes. We komen Bonneval binnen, zo te zien een leuke plaats, maar met dit wisselvallige weer willen we eerst de tent op hebben staan. Dat lukt maar de was krijgen we die avond niet droog. Tegenover ons een andere Jacobs fietser. We zien er steeds meer.
Zondag 19 juni hebben we gemikt op een korte etappe om Chartres uitgebreid te kunnen bekijken. Maar 44 km. Terug in Bonneval is ook op zondag de bakker open. Je moet iedere dag vers brood kunnen kopen! Het is koud. We hebben zowel fleece als regenjas aan. Het is rustig deze zondagochtend. In Chartres moeten we uiteraard een beetje zoeken en de weg vragen. De Marokkaanse uitbater van een winkeltje kampeert blijkbaar niet maar een oudere man weet het precies. Hij kan het alleen niet 100% aan ons overbrengen, waardoor we het elders nog eens vragen, maar we komen er. Vinden een goede plek op het tentveld van deze drukke camping. ’s Middags gaan we de stad in en bezoeken de kathedraal een een van de andere kerken. Terug op de camping vinden we alles in goede orde. Dat schijnt wel eens anders te zijn op deze camping, maar dat wisten we nog niet toen we de stad in gingen.
Maandag gaan we naar Goussonville met een natte start.We raken er aan gewend en accepteren het weer zoals het komt.Net als in Tours is het verlaten van Chartres in de spits geen pretje. We fietsen op plekken waar we beter hadden kunnen lopen. In St. Prest kunnen we de route volgen of een Franse velo route die in de zelfde plek uit moet komen. We kiezen voor het laatste en dat is een uitstekende keus.In Maintenon zien we de restanten van een aquaduct dat Louis XIV in Versailles van water moest voorzien.We vinden een mooi plekje voor lunch en ook om te overnachten op camping Canada. Hier is tussen de huisjes een veldje voor fietsers en wandelaars, met mogelijkheden om overdekt te koken. We praten met andere fietsers op weg naar het zuiden en een wandelaar, die op weg is naar Santiago. Vlakbij bivakkeert een hele fietsgroep van Cycletours op weg naar Pamplona, wel met bagagevervoer.
Het is 21 juni. We gaan naar Henonville, weer een korte etappe. We dalen af naar de Seine en gaan die over, een teken dat we een behoorlijk stuk noordelijker komen. De oversteek is in de ochtendspits geen pretje. Niet alle auto’s zijn blij met ons, maar snel is de rust terug en ook het weer knapt op. We zien de zon weer. We vinden in Vigny koffie en boodschappen. Weer komen we zo’n prachtige wasplaats tegen en om half drie staan we voor de poort van de camping, waar ook veel huisjes staan. De poort is dicht en een bord geeft aan dat de poort maar enkele keren per week een paar uur open is. Wat is dat nu? Gelukkig komt er na 10 minuten een jongeman die de poort opendoet en uitlegt hoe het zit. We krijgen een code voor het hek en een mooi plekje tussen heggen bij een groot grasveld. Hier raken we in gesprek met een Jacobsfietser op weg naar het zuiden, iets dat de meesten doen. Later komen er nog twee die net als wij naar huis gaan. Lekker relaxend sluiten we deze dag af.
Woensdag 22 juni kan de langste etappe van deze trip worden: 108 km. Dat zal van het weer en onze conditie afhangen. In het begin lijkt het daar nog niet op. We “genieten” deze ochtend van veel regen, maar dan begint het op te klaren als we in Estrées-St.Denis zijn. We doen boodschappen en lunchen zittend in een beschut hoekje van de kerkmuur, proberend iedere zonnestraal te pakken. Versterkt gaan we verder richting Compiegne, weer langs de graanvelden. We kruisen de A1 naar Parijs en in het zonnetje gaan we op Compiegne af, waar mogelijk onderdak is. Onze energie reikt echter verder. We hebben er zin in gekregen en mikken op Ourscamps waar een kampeermogeijkheid bij een abdij zou moeten zijn. Na een mooi stuk langs water en door bos komen we in Ourscamps aan en vragen bij de VVV naar deze camping. Die is niet bekend. Wel zien we op steenworp afstand een winkeltje bij wat de abdij kan zijn. Daar maar eens vragen en bingo. Men heeft plek voor ons op een veldje bij de abdij, mooi ommuurd, waar we ons installeren. We moeten zelf maar zien of we iets willen en kunnen bijdragen en dat doen we. De zon is gaan schijnen. We hebben stoelen en een enorme partytent, die op het terrein staat beschikbaar. Hier stallen we de fietsen voor de nacht.
Eindeloze graanvelden begeleiden ons op weg naar Honnecourt, zo’n 80 km. De korte etappes zijn nu afgelopen. Over het weer zullen we het niet hebben. We rijden op een gegeven moment over het jaagpad langs het Canal de St. Quentin. Half vier zijn we in Honnecourt. De camping moet achter de kerk liggen. Een rondje rond de kerk levert niets op maar als we iets doorrijden zien we de ingang. Het is een camping met een barretje en je kunt er goed kip eten. Dat doen we ’s avonds.
Vrijdag 24 juni finishen we heel dicht bij België. Sameon is onze bestemming.Het is koud maar niet onvriendelijk weer. We zijn nu in het brongebied van de Schelde, die als een bescheiden stroompje parallel aan het Canal de St. Quentin loopt. We klimmen uit het rivierdal en zijn rond half negen in Cambrai, waar we in het leuke bijna Vlaamse centrum koffie drinken en wat kaarten kopen, schrijven en versturen.Wat later ontmoeten we diverse fietsers, van wie sommigen de Jacobsroute gereden hebben. Dan komen we door Wasnes au Bac. Dat is een historisch punt. Hier kwamen we in 2009 doorheen uit de richting Boulogne. Het rondje Frankrijk is hiermee voltooid, maar we zijn nog niet thuis. We vinden een plek voor een warme lunch en de camping in Sameon heeft een paar plekken voor fietsen. Hier spreken we een Nederlandse fietser, in zijn eentje op weg naar het zuiden.
Na een aardige dag gisteren overheerst vandaag weer de regen. Bij de bakker in Sameon vinden we wat we nodig hebben en even later gaan we de grens over. We komen langs de Schelde naar Tournai te rijden. Dat blijkt een drukke troosteloze stad te zijn die we snel verlaten. Ons boekje heeft het niet meer over hellingen dus verwachten we een vlakke etappe. Dat valt echter stevig tegen. Een café komen we onderweg ook nergens tegen. Lessines heeft ons ook niet veel te bieden. Daarna komen we langs de Dendre of Dender te rijden, heel plezierig, en vlak voor Geraardsbergen komen we in Vlaanderen en is er direct een terras waar we iets kunnen gebruiken. We passeren tientallen vissers die met een wedstrijd bezig zijn. Camping De Gavers kennen we van 2000. Drukke boel maar op het tentenveld zijn we de enige. Het is eindelijk droog geworden, grijs en windstil.
Zondag 26 juni. Nog steeds grijs als we verder gaan langs de Dender.Bij Aalst gaan we eraf, maar na enkele slimme draaien komen we op het traject van een oude spoorlijn: heerlijk fietsen tot Steenhuffel. Onderweg lekkere koffie met een advocaatje op een drukbevolkt terras. Die Belgen weten waar we aan toe zijn. We zien de enorme contrasten in bouwstijlen en wat er allemaal mag in Belgie, waarna we op Mechelen aankoersen en door een van de stadspoorten het centrum bereiken. De lucht breekt open en het wordt zelfs warm. Tijd voor een Leffe! Het is even zoeken naar de ingang van Domein Roosendael, waar we kamperen. Het is een geweldige natuurcamping, waar we zo te zien de enige gasten zijn. Onder de bomen. Picknickbanken. Formidabel (duur, maar je krijgt er wel wat voor terug).
Het warme weer van gisteren krijgt deze dag een vervolg. Rap zijn we op pad langs de Belgische kanalen, waarnaast bijna altijd een goed fietspad te vinden is. In Lier maken we een stop. Dit is zo’n leuke plaats. We bewonderen de Zimmertoren met de klokken en vinden een terras van een bakker in het opgebroken centrum. Hier raken we in geanimeerd gesprek met enkele vaste klanten. We gaan ten oosten van Antwerpen langs en het wordt meer dan 30 graden, waarbij schaduwplekken schaars zijn. Langs de Mark gaat dat iets beter. Zo komen we Nederland binnen en vinden de camping in Ulvenhout, waar hier er daar een plekje voor een tent is tussen de (sta)caravans. We zullen tot de avond moeten wachten voor we hier schaduw hebben, maar vinden in ieder geval een plek om te zitten. Hier zijn recentelijk veel fietsen gestolen vertelt men ons. Naast de hitte niet bevorderlijk voor een goede nachtrust.
Dinsdag 28 juni komen de laatste 70 km. naar Rotterdam. We zijn voor half zeven al op pad en rijden door een stil Breda en landelijk naar Lage Zwaluwe. In het westen zien we dreigende onweerswolken. Die komen op ons af als we over de Moerdijkbrug rijden. We voeren het tempo op om voor de buien in Dordrecht te zijn. Bij onweer over een dijk rijden lijkt ons geen goed plan. Het lukt ons niet helemaal. In Dordrecht zuid worden we gepakt en schuilen onder een viaduct. In de stad nemen we koffie en daarna de pont naar Alblasserdam. Hierna gaat het richting Kinderdijk, waar we bij de molens een wereldfietser tegenkomen met wie we een praatje maken.Hij is op weg naar Scandinavië maar heeft plannen met enkele andere continenten. We wensen hem veel succes en ronden dan de laatste 10 tot 12 km. naar huis af. Om kwart voor een zitten de 2025 km. erop. Wat een tocht!
