2013 Loire en langs Oude Wegen
Etappes
Dinsdag 11 juni Rotterdam – La Ville-aux-Dames 12km
Woensdag 12 juni La Ville-aux-Dames – Amboise 58km
Donderdag 13 juni Amboise – Chaumont-sur-Loire 55km
Vrijdag 14 juni Chaumont-sur-Loire – Cour-Cheverny 42km
Zaterdag 15 juni Cour-Cheverny – Beaugency 73km
Zondag 16 juni Beaugency – Olivet / Orleans 58km
Maandag 17 juni Olivet / Orleans – St. Père-sur-Loire 62km
Dinsdag 18 juni St. Père-sur-Loire – Chatillon-sur-Loire 43km
Woensdag 19 juni Chatillon-s-Loire – Chapelle d’Angillon 64km
Donderdag 20 juni La Chapelle-d’Angillon – St. Thibault 67km
Vrijdag 21 juni St. Thibault – Nevers 71km
Zaterdag 22 juni Nevers – Guipy 59km
Zondag 23 juni Guipy – Chatel-Censoir 58km
Maandag 24 juni Chatel-Censoir – Ligney-le-Chatel 60km
Dinsdag 25 juni Ligny-le-Chatel – Troyes 68km
Woensdag 26 juni Troyes – Arcis-sur-Aube 38km
Donderdag 27 juni Arcis-sur-Aube – Chalons-en-Champagne 61km
Vrijdag 28 juni Chalons-en-Champagne – Varennes 75km
Zaterdag 29 juni Varennes – Montmedy 58km
Zondag 30 juni Montmedy – Marbehan & Rotterdam – huis 42km
Dinsdag 11 juni – Weing fietsen en veel sporen deze dag. Om kwart voor acht zitten we in de trein naar Roosendaal, een uurtje later in de stoptrein naar Antwerpen en even over tienen zijn onze fietsen door een conducteur vakkundig ingeladen in de intercitty van Antwerpen Centraal naar Lille Flandres. Hier moet de bagage er echt af, want de fietsen hangen met het voorwiel aan een haakje aan het plafond. De bagage mag in dat compartiment achtergelaten worden. Pas in Lille gaat het weer open en we kunnen rustig een zitplaats opzoeken. In Lille hebben we ruim 2,5 uur om het station te verkennen. We hadden natuurlijk ook later uit Rotterdam kunnen vertrekken maar een beetje speling is gewenst want de TGV naar St. Pierre des Corps (Tours) heeft maar plek voor een paar fietsen en alles is gereserveerd. Als je te laat komt moet je maar afwachten wanneer en hoe je in Tours komt. Deze trein vertrekt om kwart voor drie en is keurig op tijd in St. Pierre, om zes uur. Nu de fietsen uit deze bagageruimte peuteren. Dat valt niet mee want die ruimte is intussen aardig volgebouwd. Tijd voor bezoek aan een oud-collega die hier vlakbij woont. Lekker bijpraten en genieten van de avond.
Woensdag 12 juni – Alles kan weer fatsoenlijk op de fiets en we vertrekken door het agrarische gebied langs de Cher op weg naar onze route naar Amboise. Het moet vandaag droog blijven maar donderdag wordt het slecht weer is ons verteld. We beginnen met het slechtste wegdek van de hele reis van 1100 km, een onverharde landbouwweg vol met kuilen. Vanaf St. Avertin wordt het beter en mogen we klimmen het rivierdal uit. Altijd weer een ervaring hoe dat gaat met zo zwaar bepakte fietsen. Als hulpmiddelen hebben we het routeboekje van de Europafietsers “De Loire Kastelen Fietsroute” en een gps track. Desondanks moet je nog wel eens improviseren als je voor de Route Barrée komt, waarbij je echt niet verder mag of de smalle eenrichtingsweg die een essentiële verbinding vormt van richting veranderd is en alleen maar veilig te belopen. Dat zijn de verrassingen en een beetje improviseren hoort bij dit soort vakanties. We vinden vandaag de noodzakelijke boodschappen, de chaussons-aux-pommes en een grote bak koffie. Dat blijft een uitdaging op een platteland dat steeds minder winkels heeft. Wel worden we getracteerd op geweldige velden met papavers en oude schijnbaar verlaten boerenspulletjes. Amboise, waar Leonardo da Vinci zijn laatste jaren doorbracht, licht er mooi bij en de camping ook. Op een veilige afstand van ons strijkt een flinke groep Franse jongeren neer. Veilig, dat dachten we; Geluid reikt ver en ze zongen tot half in de nacht.
Donderdag 13 juni – Zeven uur op, dreigende luchten, ontbijt aan de picknicktafel. Af en toe vallen wat spetters, een voorbode van de voorspelling dat het vandaag zal gaan regenen. Tijdens de klim Amboise uit worden we nog gespaard maar daarna begint het. We zien track en routeboekje afwijken en merken snel waarom. We lopen tegen een eenrichtingsweg aan, die smal is en voor ons in de verkeerde richting toegankelijk is. Een automobilist waarschuwt ons dat het erg riskant is om toch door te fietsen. We lopen de 500 meter via de berm en terecht. Tegenliggers rijden door en rekenen niet op fietsers. Ook merken we dat de regenjassen niet meer zo waterdicht zijn als zou moeten. Regenbroeken hebben we niet aan. Dom! We krijgen het koud. In Chenonceau laten we het kasteel voor wat het is en nemen koffie om op te warmen. We zakken af van Loire naar Cher. Later beslissen w de geplande routes van vandaag en morgen te combineren en een klein stukje af te snijden. We klimmen zodoende naar Pontlevoy waar we voor 14 euro een heerlijke warme lunch hebben. Dat geeft ons de energie om Chaumont-sur-Loire te bereiken. Hier heeft de camping een wasser en droger, zodat we veel van onze natte spullen weer schoon en droog krijgen. Gelukkig is het bij aankomst droog geworden en blijft het droog.
Vrijdag 14 juni – Dit wordt een mooie dag als compensatie voor het zware werk van gisteren. Eerst rijden we nog een stukje langs de Loire om vervolgens weer naar het zuiden te gaan richting Cheverny. We vinden een leuk Café des Sports waar we een praatje maken met de eigenaar die goed Engels spreekt en een stress baan in de telecom industrie geruild had voor een café in een rustig dorp. Rond lunchtijd arriveren we in Cheverny met zijn schitterende kasteel. Dit willen wel bekijken en we besluiten door te rijden naar Cour-Cheverny om te zien of er een aardig hotel is. Dat vinden we in de Logis de France “St. Hubert”. Hier kunnen we onze fietsen stallen in een niet gebruikte eetzaal en lopen terug naar het kasteel waar we moeiteloos de hele middag doorbrengen. Naast het kasteel met de vele kamers die bezichtigd konden worden zijn de tuinen, de Orangerie (waar tijdens de Tweede Wereldoorlog o.a. de Mona Lisa werd bewaard) en de hondenkennel zeer de moeite waard. Het hotel heeft perfect eten en we raakten in geanimeerd gesprek met een Australische fietser. Mooie afsluiting van een korte dag fietsen gevolgd door een van de mooie Loire kastelen.
Zaterdag 15 juni – Met 73 km. een van de langere fietsdagen naar Beaugency. Het is bewolkt en het blijft droog. Er is dus weinig te klagen. Eerst naar chateau Chambord waar we een prachtig uitzicht op krijgen. Dan rijden we door naar Blois. Hier vinden we een plekje op een picknickterrein net ten zuiden van de brug. Blois hebben we al eens eerder bekeken en we hebben nog een flink stuk te rijden, dus slaan we na de brug rechtsaf om langs de Loire naar het oosten te gaan. Voor het eerst tijdens deze trip komen we een flink stuk langs de loire te rijden over verharde en soms onverharde fietspaden en rustige wegen waar een je wat verdwaald lokaal verkeer tegenkomt. De zon komt er steeds meer bij en het is lekker fietsen. Beaugency is een mooi oud stadje. Er is nog een markt aan de gang en we vinden een supermarktje en een bakker. Goed voorzien gaan we de brug over want de grote camping ligt aan de andere kant van de rivier. Hier vinden we een prima plek naast wat andere fietsers. Mooie gelegenheid om alles wat na gisteren nog nat was, inclusief tent, te laten drogen en te genieten van het zonnetje. De afstand was geen probleem. Goed gevoel.
Zondag 16 juni – Mooi weer en een lekkere temperatuur. We gaan weer terug de brug over voor weer een stukje Loire maar niet na eerst de bakker opgezocht te hebben. Enorme chaussons-aux-pommes gescoord! Langs de kade is een brocante (rommelmarkt) aan de gang waar we wat rondkijken en we zoeken het fietspad langs de Loire weer op voor het vervolg. In Meung-sur-Loire steken we de rivier over en gaan het “binnenland” weer in, langs allerlei stroompjes en vijvers. Zo komen we uiteindelijk in La Ferté-St.-Aubin terecht en, misschien niet toevallig, rond lunchtijd. Het is prachtig weer en vaderdag. (Jour de Papa). We zoeken een restaurantje waar we buiten zouden kunnen eten en dat vinden we. Lekker onder de parasols genieten we van een lekkere Franse drieganger. Binnen is het afgeladen vol met Fransen die hun Papa Jour vieren. Voldaan gaan we verder nu weer wat meer naar het noorden, richting Orleans. St. Cyr heeft nog een prachtige kerk te bieden en het is lekker fietsen door bos en veld deze dag met niet te veel verkeer. In Olvet, net onder Orleans ligt een camping. Deze ligt aan de Loiret, zodat we een steile afdaling moeten maken. Het is een knus campinkje. Wel even zoeken naar schaduw. Onze thermarest stoeltjes trekken de aandacht van enkele van de andere kampeerders.
Maandag 17 juni – Een grijze, mooi geschilderde, lucht met een hoopvol stemmend stukje blauw hebben we boven ons als we het steile klimmetje omhoog gaan naar het spitsverkeer richting Orleans. We missen de aanwijzing naar onze afslag door wegwerkzaamheden en constateren na enige minuten dat we te ver gegaan zijn en worstelen ons tussen de wegenbouwers terug naar de afslag die we wel moeten hebben. Dan hebben we de draai weer gevonden en komen nu Orleans Zuid binnen. Het boekje is achterhaald door de werkelijkheid: een nieuw fietspad richting de Loire. De brug lopen we over en we gaan op zoek naar de oude straatjes en de kathedraal. Na een kort bezoek koffie, wat regendruppels en we gaan op weg voor een dag fietsen grotendeels langs de Loire. Het weer knapt steeds meer op en het wordt uiteindelijk behoorlijk warm. Langs de Loire zien we weer prachtige papavervelden, zandwinning en tuinbouw in plastic kassen. In Germinies-des-Prés maken we een stop om wat kouds te drinken en wat af te koelen. Een winkel vinden we in St. Benoit, waar ook een prachtig Benedictijner klooster annex abdijkerk te vinden zijn. Om de drukkere D60 te ontlopen gaan we een stukje van de Loire af en komen we uit in St. Père-sur-Loire, waar de camping is, een naar ons hart met picknick tafels, bomen voor schaduw, etc. We zetten snel de tent op want onweer dreigt. Die waait echter letterlijk en figuurlijk over.
Dinsdag 18 juni – Een korte etappe vandaag, 42 km. naar Chatillon-sur-Loire. Het ontbijt is karig omdat we gisteren geen bakker konden vinden. Goed dat we nog wat galettes achter de hand hadden. Onze fietsende Engelse buurman moet met zijn fiets naar de fietsenmaker omdat zijn voorderailleur niet meer werkt. Die moet er zijn aan de overkant van de rivier in Sully. Die plaats heeft een schitterend chateau, dat we gekozen hebben voor de voorpagina van ons reisboek. Hier is gelukkig een bakker en welvoorzien kunnen we op pad. De route gaat vandaag over verharde en onverharde paden langs de Loire. In St. Gondon komen we een bar tabac tegen en gaan lekker op het terras zitten voor de koffie. Een fietsend Engels echtpaar uit East Anglia komt bij ons zitten en we praten over het genot van fietsen en wisselen ervaringen uit. Het wordt weer een warme dag. Onderweg vinden we een winkel met een Marokkaanse eigenaar. Hij vraagt waar we vandaan komen en weet dat Rotterdam een burgemeester heeft van Marokkaanse afkomst. We komen bij Briare uit bij het kanaal dat de Seine met de Loire verbindt en steken via het pad langs dit aquaduct de Loire over. Mooi rijdend langs een ander kanaaltje komen we tenslotte bij de camping uit. Die lijkt gesloten of verlaten. Toch is het sanitair gewoon open. Achter de dijk vinden we een rustig plekje met uitzicht op een groot papaverveld. De rust is betrekkelijk door de agressieve muggen die ons de rest van de dag de tent in jagen. Er arriveren nog enkele andere gasten. ’s Avonds komt de beheerster van de camping langs om geld op te halen.
Woensdag 19 juni – 64 km. scheiden ons van de bestemming voor vandaag: La Chapelle d’Anguillon. Dat ligt in het “binnenland”, dus weinig Loire vandaag. Het is erg mistig bij vertrek. Chatillon heeft een bakker dus die zorg is weg. We klimmen flink en boven bij een watertoren is de mist behoorlijk dik. Het is een prima afwisseling met de rivier. Deze route zit goed in elkaar. Deze routeboekjes zijn echt goed. Na een rit door een donker bos vinden we koffie in Blancafort waar een stokoud hotel is. De eigenaresse, ook niet meer zo jong, heeft een pot koffie staan, verwarmt de melk in de magnetron en zet ons twee ouderwetse bakken slobber voor. Op de tv zien we iets van overstromingen in het zuidwesten van Frankrijk. Regen dreigt, maar valt in bescheiden mate. Daarna heeft Aubigny-sur-Nère een leuk centrum waar we boodschappen doen en op weg gaan om een lunchplek te vinden. Twee oude, bemoste bankjes bij een verwaarloosd pétanque veld lenen zich daar goed voor. Zo versterkt konden we gelijk calorieën verbranden op de 7% klim. De camping had weer aangename verrassingen. Zo te zien was er een nieuwe eigenaar en die sloofde zich uit om het ons naar de zin te maken. We konden telefoon en ipod opladen, hadden onder een afdakje bij het sanitair de beschikking over stoelen, tafel, waterkoker, magnetron en oven. Dan heb je verder niet veel nodig. Ja, misschien nog een flesje wijn. Die hadden ze bij de receptie: een Menetou-Salon. Lokaler kun je het niet krijgen. ’s Avonds vanuit de achterkant van de camping krijgen we zicht op het chateau van deze plaats.
Donderdag 20 juni – St. Thibault ligt aan de Loire, zo’n 67 km. fietsen en daar gaan we naar toe. Door eerdergenoemde faciliteiten op de camping kunnen we snel ontbijten en zijn om 7.15 uur al op pad. Vandaag moeten we veel klimmen en dalen door bos en over rustige wegen maar het is goed te doen. In Ivoy hopen we boodschappen te kunnen doen maar het dorp lijkt uitgestorven. Menetou-Salon dan maar. Hier zien we na wat verkeerd rijden het chateau en vinden een bakker en kort daarna een terras dat net wordt ingericht, voor ons op het juiste moment. Door de hellingen hebben we prachtige vergezichten en we beginnen de wijnbouw weer te zien. Logisch, want we zijn op weg naar Sancerre dat op een heuvel boven onze eindbestemming ligt. Prachtige oude kerkjes, dorpjes en boerenerven brengen ons naar onze bestemming. We klimmen bij Sancerre naar het hoogste punt van de trip tot nu toe en krijgen mooi maar wat nevelig uitzicht op Sancerre. Helaas houden we het niet droog vandaag en na de boodschappen moeten we in de regen de tent opzetten. Gelukkig wordt het weer wat droog en we lennen twee tuinstoelen van het plastic vakantiehuisje achter onze tent, dat niet bewoond lijkt. Dat blijkt toch wel het geval maar het is een van de medewerkers van de receptie, die ons ook nog een tafel aanbied. Dat is te veel luxe en gedoe. Die stoelen zijn voldoende en we zetten ze de volgende ochtend netjes terug.
Vrijdag 21 juni – Vandaag fietsen we de hele dag langs de Loire naar Nevers, zo’n 71 km. Eerst maar de Loire-brug over en lopen om het spitsverkeer niet te hinderen. We lopen nog even door in het natte gras om via een zijweggetje de gezochte rust te vinden en de Loire weer op te zoeken. Het is erg fris maar we zijn daar goed op gekleed. We komen bij Pouilly-sur-Loire, waar we op de kop af 10 jaar geleden ook doorheen kwamen. We zien geen winkels en weten dat we langs Charité komen, een grote plaats en mikken daarop voor bakker en koffie. De zon komt door en met de wolken geeft dat prachtige reflecties op de rivier. Charité ligt aan de overkant. Via een smal voetpad lopen we langs een steendrukke weg met veel vrachtverkeer dat centimeters naast je rijdt. Op een terrasje komen we bij. Het hier en daar wat natte wegdek door de regen van afgelopen nacht nodigt de slakken uit de weg over te steken. Een gevaarlijk experiment vinden we. In Marseilles-les-Aubigny vinden we nog een Alimentation winkel waar we wat fruit kopen. De winkel ligt langs een mooi kanaal met haventje. Na de lunch komen we bij het Canal Lateral de la Loire uit en dat is onze gids naar Nevers. Een aftakking gaat naar de jachthaven van Nevers dat een paar honderd meter van de camping ligt. Hier krijgen we een plek op het laagste veld toegewezen van de Nederlandse jongedame op de receptie. We doen boodschappen aan de overkant in de levendige stad, die ’s avonds nog veel levendiger wordt door het zonnewende feest. Dat duurt tot in de kleine uurtjes. Dat moeten we samen met wat verdwaalde dronken jeugd op de camping maar voor lief nemen. Geen camping die we de volgende keer weer in onze planning zouden opnemen.
Zaterdag 22 juni – We zijn overgeschakeld op routeboekje 1 van Langs Oude Wegen. Veel historisch moois op deze dag, waarbij we naar Guipy gaan. Eerst bekijken we de kathedraal van Nevers waarvan de toren in de steigers staat. Een Fransman helpt ons op een handige manier de stad uit. Het is fris, jasjes aan. Vandaag zijn er diverse onvermelde hellingen, dus uitdagingen genoeg. De chaussons-aux-pommes, die we in Balleray na zo’n 20 km opeten, geven ons daarbij de nodige energie. De track volgt in tegenstelling tot de Loire route het boekje trouw alleen vandaag op een klein stukje na waarbij de track een onverhard pad helling op zoekt. Wij houden het boekje aan, ook helling op, maar beter te doen. In Premery drinken we koffie en doen uitgebreid boodschappen in de Carrefour, want morgen is het zondag en niet duidelijk wat we dan kunnen kopen. Mooie vergezichten weer, mooie kerken en begraafplaatsen. De Eerste Wereldoorlog is dan niet ver weg als je de grafopschriften en monumenten ziet. Een paar km. voor Guipy houden we onze ogen open voor de camping naturelle maar die zit aan de andere kant van het dorp, gerund door een ambitieus Nederlands echtpaar dat een landgoed aan het opknappen is. Onder de kersenboom hebben we een mooi plekje. De zon schijnt en het is rustig. Er zijn tafels stoelen, alles wat we nodig hebben. Genieten hier. ’s Avonds horen we in de verte muziek uit het dorp om de langste dag te vieren. ’s Nachts steekt plotseling een storm op en valt er een bui. Tijd om de tent uit te gaan en de touwen nog wat aan te spannen.
Zondag 23 juni – Grijze en donkere start van de dag. Bij de ingang van het landhuis, dat ook een b&b is, ligt een briefje wat we nog moeten betalen en dat doen we. De bakker komt net het stokbrood voor het ontbijt brengen. We gaan op weg naar Corbigny, een wat grotere plaats op de route. Daar is een bakker. We kruisen hier het Canal du Nivernois. We zouden hier linksaf kunnen en het kanaal volgen naar onze volgende camping, maar zo werkt het niet! Er moet geklommen worden en we kunnen St. Père en Vezelay niet zomaar laten liggen. Dus de Morvan in. Net als we in regen verzeild raken vinden we café, La Grignotte, waar de lunch wordt voorbereid, maar een kop koffie lukt ook. Het wordt weer droog en we rijden door naar Pierre Perthuis en komen nu even op de route van 2002 door de Morvan. Hier stoppen we om foto’s te maken. We hebben ook trek in een Franse lunch en het begint richting 12 uur te gaan dus houden we de ogen open voor mogelijkheden. In St. Père zijn die er wel maar hebben een hoge prijs, zoals bij 2 Michelin sterren gebruikelijk is. Of ze op twee zweterige fietsers zitten te wachten… Net iets verderop vlak voor de zware klim naar Vezelay is het wel raak. In het groen zit een leuk restaurant. Het klaart verder op en we kunnen buiten zitten. Lekker eten geserveerd door een perfect Engels sprekende gastvrouw. Na twee uur zijn we klaar voor de grote klim naar Vezelay en besluiten door te fietsen naar de volgende camping in plaats van een hotel op te zoeken. Goeie keus. Vezelay is een grote toeristenmarkt maar de kathedraal blijft imposant. Na nog een uurtje flink doorzetten komen we in Chatel-Censoir aan, weer zo’n leuke rustige camping met een tot restaurantje omgebouwde partytent. Hier genieten we nog van wat lekkers. Na een forse regenbui als we in dit restaurantje zitten hebben we later prachtig avondlicht over het kanaal en de citadel.
Maandag 24 juni – Het Canal du Nivernois brengt ons vandaag naar Auxerre en verder. We zien mooie hoge rotspartijen. Canal en de rivier Yonne liggen dichtbij elkaar of zijn soms een, en het iets hoger liggende kanaal heeft soms een overloop naar de rivier. We vinden een bakker en een Hotel de la Poste waar ze met wat vertraging koffie schenken. We zijn nu weer op een stuk route dat we in 2003 rden maar nu in de andere richting. De binnenkomst in Auxerre is indrukwekkend met uitzicht op het oude centrum. Dat gaan we niet in, maar we gaan rechtsaf de brug over en even over wat grotere wegen om vervolgens de stad uit de klimmen de “graanschuur”in. Het is glooiend landschap en we zien diverse graansilo’s. Het uitzicht is prima. We passeren wat wijngaarden van de Bourgogne en landen uiteindelijk in Ligney-le-Chatel, dat een prima camping heeft. Ook hier een praatgrage eigenaar, die wat leuks van zijn camping gemaakt heeft met plekjes om droog te zitten en hij wijst ons een plek waar we stoelen kunnen pakken. In het dorp zit een flinke winkel, waar we onze “patron” weer tegenkomen. We zorgen ervoor dat een flesje wijn niet ontbreekt en voor wijn die overblijft hebben we altijd wel een halve liter waterfles en we zijn best bereid dat extra gewicht mee te sjouwen. Sinds Nevers beginnen we meer fietsers te zien die met deze route bezig zijn en een aantal zullen we tot in Noord-Frankrijk blijven tegenkomen.
Dinsdag 25 juni – Een goede nacht slaap op een camping is heel wat waard en dat lukte bijzonder goed. Het geluid van de wekker ging verloren in het ochtendkoor van de vogels zodat we iets later startten en op pad gingen. Een prima bakker in het dorp zorgt voor onze energievoorraad en in de koele ochtend klimmen we uit het rivierdal voor een etappe van 68 km. naar Troyes. We rijden in het zonnetje langs koeien en graan met mooie uitzichten. In de verte horen we de TGV’s voorbij vliegen. In Ervy-le-Chatel stoppen we voor koffie en om de ronde markthal te bewonderen. Onze Belgische fietsers zitten op dezelfde route en stoppen hier voor wat boodschappen. We zien steeds meer vakwerkhuizen richting Troyes, dat daar beroemd om is. Een grote circuskaravaan komt voorbij en even later vinden we een geschikte lunchplek in Lirey. Zo komen we dan half in de middag Troyes binnen. Het routeboekje wijst ons de weg naar het voetgangersgedeelde. Vooral de zijstraten bieden een inkijkje in het oude verleden van Troyes. We vinden nog een bakker maar een supermarkt met goeie spullen blijkt moeilijker te vinden. Dus kiezen we ervoor het eerste deel van onze “noodmaaltijd” te gebruiken, die we bij ons hebben voor het geval we onderweg niets eetbaars kunnen vinden. Vlak voor de camping passeren we de Seine. De camping is de duurste van de trip met 22+ euro. Dit is hetzelfde tarief als voor een auto met caravan, terwijl hier aardig wat fietsers verblijven. Dat kan beter. Wel vinden we een rustig plekje met picknicktafel aan de rand van de camping waar deze grenst aan de volkstuinen.
Woensdag 26 juni – De dag begint helder en koud. We staan wat later op want we hebben maar een korte dag te fietsen, zo’n 38 km. naar Arcis-sur-Aube. Fleece en regenjas aanvankelijk aan maar die kunnen in de loop van de ochtend uit. We kunnen de drukke wegen rond Troyes snel achter ons laten en klimmen weer omhoog van het rivierbekken naar velden en wat bos. Aan het eind van de hellingen vinden we een boer die met zijn tractor wacht op de dingen die komen gaan. We maken een praatje en even later komt een collega met een andere landbouwmachine zodat ze aan het werk kunnen. We slaan linksaf zodat we links langs de Barbuise komen te rijden. We drinken koffie in een schijnbaar verlaten een beetje troosteloos ogend kroegje dat toch open blijkt. De bediening is dan weer uiterst vriendelijk. Verder nu en prachtige rose papavervelden nodigen uit tot fotograferen. Ook een graansilo in bloeiend raapzaad ziet er prachtig uit in de volle zon. Even voor twaalf rijden we Arcis binnen op zoek naar een bakker, kruidenier en als het kan een plek om iets te eten. Die vinden we allemaal. Op het centrale plein is een restaurantje waar ook werklui eten, Zoiets zoeken we en ze hebben een lekkere drieganger voor ong. 15 euro. De camping licht net aan de andere kant van de Aube. We worden gelijk welkom geheten door wat Nederlandse dames. De camping heeft een zekere Hollandse knusheid. We vinden een geschikt plekje maar worden later afgeschermd door een caravan, die wat uitzicht wegneemt. Dat is echter minder erg dan de muggen die ook hier zijn. Het moet over een paar dagen afgelopen zijn zegt de (Nederlandse) campingbaas, maar dat is helaas te laat voor ons. ‘s-Middags gaan we langs bij de Aldi, maken een groepsfoto met onze Belgische medefietsers die uit Essen komen en ’s avonds maken nog een wandeling in de avondzon door het dorp waar het geboortehuis heeft gestaan van Danton, een van de gangmakers van de Franse Revolutie.
Donderdag 27 juni – Dit keer een etappe van gemiddelde lenge, 62 km. naar Chalons-en-Champagne. Vroeg op. Koud. Een paar druppels op de tent maar dat blijkt een schijnbeweging. We gaan nog even terug naar het dorp om brood te kopen en dan weer langs de camping om via de kortste weg weer terug op de originele route te komen. Die hadden we gisteren verlaten om in Arcis uit te komen, dat bijna 10 km. uit de route ligt. Wat klimwerk en vals plat hebben we achter de rug als we weer op de route uit het boekje zitten. Het weer wordt vriendelijker en de overtollige lagen kleding kunnen uit. We doen de ontdekking dat we ’s ochtends onze watervoorraad niet hebben aangevuld. Een kerk met begraafplaats biedt uitkomst. Aan de andere kant van het hek zit een kraan en we nemen maar aan dat daar drinkwater uit komt. Een militair complex en even later een militaire colonne op de niet al te brede weg trekken onze aandacht. Koffie vinden we als we de N4 (Parijs-Straatsburg) kruisen. Daar zit een truckerscafé met paarse vliegtuigstoelen. Ziet er allemaal apart uit. Koffie is top. Mooie kerken (Dommartin-Lettrée) weer graansilo’s en een windmolenpark tussen de klaprozen brengen ons naar het Canal Latteral vlak bij Chalons. Hier stoppen we voor lunch en dan is het niet zo ver meer naar deze vier sterren municipal die aan de zuidkant van deze flinke stad ligt. We krijgen plek 84, waar een boom staat die schaduw biedt en die vlak is. Prima. We zien de Belgen arriveren en ook fietsers uit Leiden die een dagje Troyes hadden gedaan en de ruim 90 km. in een dag hadden afgelegd. De campings zijn hier dun gezaaid zodat je elkaar regelmatig tegenkomt. De Belgen hebben er intussen 2000 km. opzitten en nog ongeveer 1000 te gaan. Het wordt druk op de camping en er blijkt een tekort aan plekken met stroom. Gelukkig is dat ons niet ons probleem
Vrijdag 28 juni – Rond kwart voor vijf begint het te regenen op de tent. Dat inspireert niet. Nat ontbijten, nat inpakken, etc. Het valt echter mee en we kunnen redelijk droog inpakken. Wel is het behoorlijk fris en helemaal droog zullen we het vandaag ook niet houden als we naar Varennes vertrekken. Net na de uitgang van de camping, die zich in een woonwijk bevindt, vinden we een bakker. In het centrum maken we foto’s van de indrukwekkende kathedraal. In de motregen klimmen we de stad uit en krijgen weer de ruimte, de velden met hun bloemen en in L’Epine een prachtige gotische kerk. Na 17 km. is het tijd voor de “chaussons aux pommes” en volgens het boekje zijn er weinig mogelijkheden voor koffie onderweg. Toch valt ook dat mee en we vinden een bakker die wat tafels en stoelen heeft een een klein koffiemachientje, dat uitstekende koffie produceert. We krijgen de keuze tussen omrijden over een goede, maar mogelijk drukke weg of rechtdoor onverhard door het veld. We kiezen voor de eerste optie en hopen op coulance van de automobilisten. Dat zijn er weinig en waar nodig krijgen we die. We hebben weinig te klagen over de Franse chauffeurs. Ze houden keurig afstand. Een bushokje is weer een prima lunchgelegenheid. Nu krijgen we steeds meer te zien van de Eerste Wereldoorlog. Ook in deze streek is heftig gestreden. Na een lange klim komen we in Varennes aan en zien een enorm Amerikaans oorlogsmonument, geschonken door de staat Pennsylvania. De bakker is snel gevonden en de camping ook maar de supermarkt die hier ook moet zijn nog niet maar die vinden we als we geïnstalleerd zijn. De camping heeft een Nederlandse beheerder. Het is een gezellige en informele boel. Ook hier hebben we een picknicktafel en als het moet nog een onder een enorme partytent, waar ook onze tent zou kunnen staan. Dat deden we niet maar daar kregen we wel spijt van. ’s Nachts regent en stormt het. Ook onze Belgische fietsers zijn hier neergestreken. Morgen scheiden onze wegen. Zij gaan westelijk de Valleienroute opzoeken en wij pakken die route in de andere richting.
Zaterdag 29 juni – Door de “zware” nacht zijn we wat later op gang. Rond half negen zijn we klaar voor vertrek voor ong. 58 km.. Onze Belgische vrienden waren al vertrokken. Die zien we waarschijnlijk niet meer. De bakker ligt op de route en we slaan alles in wat we nodig hebben. Als we het dorp verlaten wachten ons enkele klimmen van 12%. Daar hoeven we niet lang over na te denken: lopen. Ze zijn gelukkig niet lang. We blijken een interessant schouwspel voor de koeien die zich bij de afrastering verzamelen om ons (getob?) gade te slaan. Bij Epinonville komen we op wat vlakker terrein en gaan richting de Maas en de Valleienroute die we in 2009 reden. Bij Sommerance is de afslag naar Valleienroute west. Wij gaan rechtdoor naar Doulcon waar we een supermarkt vinden en onze voorraad kunnen aanvullen. Wat verder zien we de afslag naar de camping waar we vier jaar geleden stonden in de augustuswarmte. In Dun-sur-Meuse gaan we op zoek naar een café. Dat zien we en ervoor staat een toerfiets met bepakking. Hier maar naar binnen. De Fransen zijn druk bezig te gokken. De zoon van de eigenaar brengt de koffie rond en we raken in gesprek met een fietser uit Breukelen die op weg naar Spanje is en gebruik maakt van b&b en hotelletjes. Niet altijd makkelijk te vinde is zijn oordeel. Het volgende stuk route is mooi maar de zon en mist van vier jaar geleden zijn voor zware bewolking ingeruild. In Loupy-sur-Loison hopen we onze camping te vinden, maar die bestaat niet meer. De eigenaar is overleden zegt een vrouw. Dan moet het Montmedy worden. Nog even pittig klimmen en dan de afdaling richting Montmedy dat op een heuvel ligt. Ruim een halve km. moeten we de fietsen omhoog duwen naar de citadel. Dan komen we bij de camping die nogal verlaten is. Maar we zien bij het infobord een jong Vlaams stel dat goed moe is van vijf dagen Ardennen en hier ook gaat kamperen. Dat doen wij ook en het wordt steeds beter weer. ’s Avonds is de receptie een uurtje open en betalen we. Het zonnetje zorgt dat onze spullen goed kunnen drogen en de in de buurt gelegerde Franse militairen zorgen voor wat vertier en ’s avonds voor wat gezang, maar gelukkig niet al te lang.
Zondag 30 juni – Na een heldere nacht is het mistig geworden. Het lijkt een mooie dag te worden voor de 38km naar Marbehan in Belgie. Om acht uur suizen we de helling naar beneden weer af. Sue maakt een mooi panorama van de vallei in de mist. Onderaan de helling slaan we rechtsaf en gaan op Avioth aan. Hier maken we een stop om de basiliek te bekijken. Het restaurant waar we in 2009 zo lekker konden eten is nog dicht. Het is 9 uur. De koster komt net aan met de sleutel om de kerk open te doen. Het is omhoog en omlaag richting België. Bij de grens verlaten we de officiële route en gaan op Marbehan aan waar we de trein hopen te pakken naar huis. Het is mooi rijden door het bos maar we worden niet meer gewaarschuwd voor hellingen die er nog wel zijn. In Bellefontaine vinden we een Proxi winkeltje voor de laatste boodschappen en rond half twaalf komen we in Marbehan aan. Aan het eind ligt het station en we kunnen alleen kaartjes voor België kopen. Brussel wordt het. Dan de uitdaging om de fietsen naar het perron te krijgen. Moeilijk genoeg met de trappen maar het lukt. We combineren allerlei bagage want we verwachten dat de fietsen moeten hangen. Dat werkt anders als de conducteur net als hij wil vertrekken ons ziet en naar de achterkant van de trein moet lopen waar het bagagecompartiment is. Alle bagage kan op de fiets blijven. In Brussel zijn onze fietsen er al uit voor we bij de bagage zijn. Hier blijkt de Fyra-vervanger uit Den Haag in het weekend niet te komen. Eerst moeten we in een volle trein naar Antwerpen, waarbj het vijf minuten duurt voor we er met fietsen uit kunnen. Daar moeten we helemaal naar beneden waar de Intercity naar Den Haag klaar staat. Er zijn al vier fietsen binnen en die van ons kunnen er nog net bij. Ruim zeven uur na vertrek staan we op Rotterdam CS. Voldaan maar wel een beetje gaar van het treinreizen. Er gaat niets boven fietsen!
