Maarten van Rossumpad 2006 t/m 2011
Na het voltooien van het Drenthepad zochten we een nieuw interessant pad. We hoopten dat te vinden in het Maarten van Rossumpad dat loopt van ‘s-Hertogenbosch naar Ommen.
Wij besloten het pad in omgekeerde volgorde te lopen om wat meer aan te sluiten op het terrein dat we in Drenthe tegengekomen waren.Overijssel biedt een mooie mix van bospaden en open veld, de oostelijke Veluwe vooral bos, waarna je meer het water en de dijken van Rijn en Betuwe opzoekt, veel meer open terrein dus.
Ommen naar Windesheim – 16 en 17 oktober 2006 – 41 km
Dag 1 – Ommen naar Dalfsen 21 km.
Het prachtige weer in de nazomer en vroege herst van 2006 bracht ons ertoe om met het Maarten van Rossumpad te beginnen. We startten bij het treinstation te Ommen, wat we na ruim twee uur sporen vanuit Rotterdam Alexander bereikten. Even wachten tot de gps de satellieten gevonden had, zodat we de route op die manier konden vastleggen, en we waren op pad. De huizen aan de rand van Ommen liggen er aantrekkelijk bij. We draaien het bos in, terug langs de spoorlijn. De eerste herfstkleuren zijn te zien We volgen de rivier de Beneden Regge, die verderop uitkomt in de Vecht.
We gaan verder westwaarts onder Vlisteren door en lopen langs een dode arm van de Vecht richting Hessum. Huis Hessum werd in 1765 gebouwd Via de Hessumsche Mars en de Hessumsche Es komen we in het Hessumsche Veld, respectievelijk het vochtige hooiland bij de rivier, het bouwland en de heide, de elementen van het oude esdorp.
Even voor vijven komen we bij station Dalfsen, dat omgebouwd is tot café. Dat hadden we op de heenreis al gezien. Buiten zit een ouder echtpaar aan een tafeltje te genieten van de zon, schande roepend dat het café dicht is. We beamen dat maar vinden met zijn allen dat het ook niet gek is daar even in het zonnetje te zitten. Ons biertje wordt even uitgesteld. We lopen Dalfsen in en ruim 1,5 km. van het station vinden we ons Vrienden op de fiets-adres voor de nacht, een gastvrij echtpaar dat dit werk al 15 jaar doet. We komen wat meer over familie, buurt en Dalfsen te weten.
Voor het avondeten gaan we naar De Zeven Deugden aan de rand van het dorp, waar we in de serre voortreffelijk zitten, met mooie uitzicht op de Vecht, prima maar wel een beetje prijzig eten en een show zien van wegwerkers die voor onze neus met het asfalt aan het werk gaan.
Dag 2 – Dalfsen naar Windesheim 20 km.
De volgende ochtend slaan we wat lekkers in bij de lokale bakker en lopen terug naar het station om de route weer op te pakken.Het is fris maar opnieuw zonnig met wat sluierwolken in het westen.Het wordt een dag van havezaten bossen en fietspaden door het open veld. In de bossen dampt het zonlicht door de bomen.
Mooi is de buitenplaats Den Alerdinck, waar we een heel bijzondere paddestoel aantreffen. Hier is het even zoeken naar de juiste route. Stond op dit bruggetje een smeedijzeren hek of moet ons bruggetje nog komen. Het laatste blijkt het geval en kunnen we weer verder.
Op het land zijn de boeren bezig met het verplaatsen van hun koeien en met het hooi en gras dat kort tevoren nog gemaaid is. We steken de spoorlijn Zwolle-Almelo over en volgen een smal fietspad door het polderland. In de verte zien we de energiecentrale bij Zwolle. Om 38 over vertrekt de bus van Windesheim. Die kunnen we net halen als we een beetje doorlopen. Bij de halte staan andere wandelaars, klaar met hun route. Ruim twee uur later zijn we weer op Alexander.
Windesheim naar Vaassen – 20 – 21 – 22 april 2009 – 55 km.
Na ruim twee en een half jaar was het hoog tijd om dit interessante wandelpad weer op te pakken. Deze dagen hadden we vrijgehouden en het weer zat in hoge mate mee. Even voor elf uur stapten we de 20ste uit de bus bij Windesheim en zochten we de IJssel op. Het werd een dag van open velden, wijdse uitzichten en een stukje bos bij begin en tegen het einde van de eerste dag. Voornamelijk asfalt en daarmee iets meer drukte dan je graag ziet. Op de tweede dag gingen we de bossen en heidevelden ten zuidwesten van Hattem in naar Epe toe. De derde dag was een mix van bos, zandwegen en wat asfalt. Al met al een afwisselende drie dagen.
Dag 1 – Windesheim – Wapenveld 20 km.
Het kerkje van Windesheim, vroeger deel van een klooster, was een mooie start van de route, gevolgd door een wandeling door het bos van Havezathe Windesheim. Wandelend naar de IJsseldijk zagen we veel veldbloemen en veel vogels, waaronder een (verdwaalde?) ooievaar. De IJsselcentrale vormt een obstakel waar we rechts omheen moesten. We zagen fietsborden voor de LF3 en LF15, ons wel bekend.
Misschien dat we daardoor een rood-wit kruis negeerden, waardoor we buiten de route kwamen. Boekje en kaart gaven geen aanknopingspunten meer. Toen we dat doorhadden bereikten we weer snel de dijk en daarmee de route. De bruggen bij Zwolle kwamen in beeld. Naast de oude spoorbrug wordt een nieuwe gebouwd en oorverdovend heiwerk werd ons deel. Vlak voor de oversteek van de IJssel zat een café-restaurant met terras, maar het was maandag, dus, helaas. dicht. Wachten tot Hattem dan maar.
Rond twee uur kwamen we in het dorp en ook daar was bijna alle horeca dicht, behalve de bakker, die koffie en appelflap in de aanbieding had. Waren we aan toe na alle drukte rond Zwolle. We zochten daarna de rivierkant weer op en kwamen via Kerkhofdijk en kwamen via de Wiessenberger Kolk en een mooi stukje jenverbessenbos bij het stille Apeldoorns Kanaal uit. Hierlangs staat nog wat oude industrie, papierfabrieken, maar heel stilletjes. Geen activiteit. Rond half vijf bereikten we de Parkweg en namen de bus terug naar Hattem voor ons verblijfsadres. In het late avondlicht liepen we door het oude centrum en zagen jeudeboullers lekker met hun spel bezig. De eerste 20 km. zaten erop.
Dag 2 – Wapenveld – Epe 19 km.
Vanuit onze slaapkamer in Hattem kijken we uit over de uiterwaarden van de IJssel en een ooievaarsnest. Na een mooie zonsopkomst wordt het wat mistiger. Na een prima ontbijt pakten we de bus (met nog enkelel wandelaars) terug naar de Parkweg met een kleine 20 km. in het vooruitzicht richting Epe. De Parkweg, net boven Wapenveld, vormt een mooie overgang van het cultuurlandschap waar we gisteren in liepen naar natuurlandschap en bospad. De weg wordt een bospad. We doorkruisten het landgoed Petrea. Open parkeerplaats stopte een busje waar 12 honden uitkwamen die uitgelaten waren en wilden worden.
We liepen door een oude opgedroogde beekbedding.met een niet meer gebruikt pad rechts boven ons. Op de Tonnenberg kwamen we ons eerste stukje heide tegen. Bij het kruisen van de A50 konden we weer een blik werpen op de ongeromantiseerde wereld van nu. We kwamen hierna door een groter heidegebied, de Render klippen, hoogtepunt van deze dag, omdat je vanaf het pad over de heuvelrug een prachtig uitzicht op de heidevelden hebt.
De kaart meldde daarna een koffiekopje. Dat konden we in echte koffie vertalen bij Golden Tulip Epe, met een lekker terras om even te zitten. In een heel rustig tempo liepen we de laatste vier kilometers naar Epe. Daar hadden we een overnachtingsadres in de buitenwijken, midden in een bosgebied. De eigenaar had rondom het huis een lage afrastering moeten plaatsen omdat de zwijnen herhaaldelijk de tuin molesteerden.
Dag 3 – Epe – Vaassen 16 km.
Lage bewolking hield de zon even voor negenen ‘s-ochtends nog een poosje uit beeld. De dag zou iets frisser worden maar leverde wel uitstekend wandelweer op. Via de Officiersweg kwamen we weer op onze route en op een oude zandweg naar de ook al oude Tongerense weg, waar nu het verkeer overheen raasde. We kwamen nu wat meer door en langs veengebieden. De opgeleide Vlasbeek stroomt door dit gebied. Zie de website van de Veluwe.
We kwamen hierna door het noordoostelijke puntje van de Kroondomeinen, een van de grootste natuurgebieden van ons land. Hierin vonden we enkele prehistorische grafheuvels. Door het open veld kwamen we tenslotte bji kasteel Cannenburgh uit, waarbji we deze trip in Vaassen afsloten
Vaassen naar Eerbeek – 5 en 6 mei 2010 – 44 km.
Na een volle agenda eerder dit jaar was er nu een week waarin weer een stukje van deze route gelopen kon worden. De keuze viel op de eerste week van mei, waarin de natuur veel jong groen laat zien. Het waren twee koele dagen met aardig wat zon, dus goed loopweer. Het terrein was heel afwisselend. Wel was het steeds goed opletten. Ons routeboekje is van de 1e druk uit 2001 en dit keer ontbraken wat herkenningspunten en rond de Apenheul was de route drastisch gewijzigd.
Dag 1 – Vaassen – Ugchelen 23 km.
Het is de tijd van het reizen op de OV-chipkaart, maar de lezer in de bus van Apeldoorn naar Vaassen had even tijd nodig om op te starten, maar daar wachtte de chauffeur niet op. Ik denk dat we een dubbeltje goedkoper uitwaren. In Vaassen pakten we de route bij Cannenburgh weer op. De hekken waren dicht zodat we rechtsom liepen, wat wel mooie uitzichten op het kasteel opleverde. Daarna voerde de route langs open veld, door kleine stukjes bos en langs een beek naar Paleis Het Loo over een pad dat eigenlijk voor de 2e Wereldoorlog een autoweg had moeten worden. Na Het Loo kwamen we bij de Naald uit, een inmiddels beruchte plek. Vandaar ging de route het bos in en in de buurt van de Apenheul klopten de roodwitte strepen absoluut niet meer met de beschrijving. De gps hielp in die zin dat we de route uit het boekje weer vonden. Later kregen we aanwijzingen dat de route nu langs de andere kant van de Apenheul langsloopt, die veel mooier is. Gelukkig volgde een mooi stuk route dat ons naar Ugchelen bracht. Daar vonden we een perfect onderdak in Francien’s Tea Shop en in het vlakbij gelegen pannenkoekenhuis konden we de verbruikte calorieën weer aanvullen
Dag 2 – Ugchelen – Eerbeek 21 km.
Het was een heel frisse start van de dag. De dikke dekbedden in het onverwarmde huisje waren wel lekker. Na een lekker ontbijt waren we voor negen uur opnieuw op pad. Door de straat waaraan ons Vrienden op de Fiets adres lag uit te lopen kwamen we weer op de route. Deze dag zouden we diverse wandelaars ontmoeten die ook met dit pad bezig waren. We kruisten de A1 en kwamen langs een sprengenbeek te lopen. Dit zijn gegraven beken die op het beginpunt gevoed worden door grondwater en door afloop van het terrein kunnen stromen. Een lange bosweg zorgde voor wat klimwerk met als slot de Kampsbergen. Het was prachtig de vele vogels te horen fluiten. Zo bereikten we Beekbergen, waar we het centrum ingingen voor de koffie bij hotel restaurant “De Smittenberg“. Er zijn daar voldoende winkels om eten in te slaan. Hierna snel terug naar de route, die nu parallel liep met het Marskramerpad. Dat pad verlieten we vrij snel. Langs de bosrand lopend kwamen we bij het spoor van de stoomtrein van Apeldoorn naar Dieren. Langs en door het bos kwamen weer een sprengenbeek tegen, die uitmondde in een grotere beek. Deze verzorgde de wateraanvoer voor het Apeldoorns Kanaal. Dit kanaal volgt de route een flink aantal kilometers tot voorbij Eerbeek,.maar op een geschikt punt staken we over en liepen naar Eerbeek centrum om bus 43 te kunnen nemen naar Dieren Station en vandaar de trein naar huis.
Laag Soeren naar Velp, 22 september 2010 – 19 km.
We hebben een beetje gesmokkeld en het stuk van Eerbeek centrum naar Laag Soeren overgeslagen, zodat we ons konden concentreren op het mooiste stuk van de route tot nu toe. Dat stuk werd gecombineerd met de laatste mooie zomerdag van 2010. Het begon mistig maar werd later 23 graden. Door wat vertraging met trein en bus begonnen we wat later, rond half elf aan deze etappe. Eerst nog een paar kilometer verhard en dan voornamelijk het bos en Nationaal Park Veluwezoom in. Hier en daar bloeide de heide nog. We gingen door afwisselend naald- en loofbos en het terrein was hier en daar redelijk golvend. Logisch, de Posbank lag op de route. Daar was het behoorlijk druk, maar na een kilometer lopen ben je iedereen weer kwijt. Vlak boven Velp besloten we via de NS-wandelroute naar het station te gaan, ook nog een heel mooi stuk, om deze etappe af te ronden.
Arnhem naar Heelsum, 8 maart 2011 – 25 km.
Om goed uit te komen bij een eindpunt smokkelden we ook nu een stukje. We begonnen bij station Arnhem. Vandaar is het ruim een kilometer naar de route, die we in Park Sonsbeek weer oppakken. Na een beetje vorst in de nacht wordt het een frisse maar prachtige, zonnige dag. Perfect wandelweer in een mooie omgeving. Dit stuk is zeer afwisselend en weer een van de hoogtepunten van deze route.
De route voert langs diverse kastelen. De eerste is Zypendaal, een buitenplaats uit de 18de eeuw. Via de bossen bij Schaarsbergen komen we langs Groot Wansborn, een luxe hotel-restaurant. Hier wijst het aanduidingsbordje rechtdoor en kaart + aanwijzingen uit 2001 rechtsaf. Rechtdoor levert nog wel een paar rood-witte strepen op maar gaat een andere richting in. Na wat zoeken besluiten we boek en kaart te volgen.
De rood-witte strepen laten ons af en toe in de steek. Boek en kaart zijn dan onmisbaar.Vandaag is er gelukkig ook het nodige hoogteverschil, waardoor je af en toe andere spieren gebruikt. Het lijkt wel of je het dan langer volhoudt. Bij Mariëndaal lopen we door de “Groene Bedstee”, een tunnel, gevormd door twee beukenhagen.
We lopen wat op met de spoorlijn naar Nijmegen en worden dan gewaarschuwd dat de route verlegd is (en daarmee behoorlijk verlengd). We gaan linksaf onder het spoor door en daarna de uiterwaard in. Hier zien we twee kamelen in het weiland liggen, genietend in het zonnetje met knotwilgen op de achtergrond, een merkwaardig contrast. Vlak voor de rijn draaien we rechtsaf en komen bij het hervormde kerkje van Oosterbeek weer bij de bewoonde wereld. Het smalle Kerkpad loopt over de grens van de Veluwe.
Hierna gaan we omhoog de zuidelijke Veluwerand op. Na wat klimmen en dalen komen we bij Kasteel Doorwerth. Hiervoor maken we graag een ommetje. De zon begint al wat te zakken. Vanaf de hoge Veluwerand hadden en hebben we mooie vergezichten naar het zuiden over rivier en verder. Bij een camping net voorbij de Boersberg moeten we helaas de route verlaten om in Heelsum een bus te kunnen pakken. De benen en voeten zijn moe maar het is een heerlijke dag geweest.
Heelsum naar Rhenen, 12 maart 2011 – 26,3 km.
Het is een aparte gewaarwording om na vier dagen weer op de plek te staan, waar je eerder uit de bus stapte aan het eind van de vorige etappe. Voordat voor ons het fietsseizoen begint willen we het Maarten van Rossumpad tot aan Rhenen afmaken. Dit is het doel dat we enkele jaren geleden stelden. Mogelijk doen we het stuk tot aan Den Bosch later nog eens. Maar het vele vlakke lopen dat nog volgt spreekt ons minder aan. Geaccidenteerd bosrijk terrein met uitzichten, sprengenbeken, etc vonden we de mooiste stukken van dit pad. Deze zaterdag is het weer goed en kunnen we vroeg op pad.
Een paar honderd meter voorbij de bushalte pakken we om half tien de draad weer op en lopen rond de noordoostkant van Heelsum langs sportvelden, paarden die hopen van ons wat vers gras te krijgen naar de bossen boven Renkum. We komen langs diverse grafheuvels, lopen langs mooie sprengenbeken weer naar de Rijn ten oosten van Wageningen.
Daar aangekomen lopen we weer een paar kilometer hoog boven de rivier over de Veluwse stuwwal. Net voorbij de botanische tuin Belmonte dalen we af naar de uiterwaarden en komen terecht in de Bovenste Polder onder Wageningen. Een oude steenfabriek is omgetoverd tot een atelier voor veel kunstenaars. Hierna maken we waarschijnlijk een foutje maar komen zonder veel moeite uit bij de Rijnhaven.
Nu volgt een wat moeizaam saai verhard stuk langs Grebbedijk en Wageningse Afweg. Er is hier helaas geen mooie verbinding met de Grebbeberg, het laatste hooggelegen bosgebied van onze route. In oktober vorig jaar hadden we de Grebbeberg in tamelijk dichte mist gelopen en daardoor de uitzichten naar Blauwe Kamer en het zuiden gemist. Bij een lekkere 13 graden een een zacht zonnetje lukte dat nu wel.
Rond half vijf en na ruim 26 km. bereikten we het station van Rhenen en sloten daarmee, althans voorlopig, het Maarten van Rossumpad af, dat ons veel prachtige stukken natuur bood naast interessante historische plekken.
