2010 Groene Weg naar de Middellandse Zee
Etappes – totaal 1296 km
11 juni Vaals – Remich 52 km
12 juni Remich – Volstroff 46 km
13 juni Volstroff – Brulange 53 km
14 juni Brulange – Vic-sûr-Seille 40 km
15 juni Vic-sûr-Seille – Charmes 81 km
16 juni Charmes – Hurecourt 87 km
17 juni Hurecourt – Soing 55 km
18 juni Soing – Arc-et-Senans 80 km
19 juni Arc-et-Senans – Pont-de-Poitte 60 km
20 juni Pont-de-Poitte – Thoirette 48 km
21 juni Thoirette – St. Maurice de Gourdans 78 km
22 juni St. Maurice de Gourdans – Châtonnay 64 km
23 juni Châtonnay – St. Donat 67 km
24 juni St. Donat – Crest 65 km
25 juni Crest – Valreas 62 km
26 juni Valreas – Avignon 76 km
27 juni Avignon – Arles 48 km
28 juni Arles – Pioche Badet 56 km
29 juni Pioche Badet – Stes Maries de La Mer vv 34 km
30 juni Pioche Badet – Fontvieille 65 km
1 juli Fontvieille – Avignon 33 km
2 juli Avignon
3 en 4 juli Avignon – Rotterdam 7 km
Donderdag 10 juni – Vroeg in de middag van donderdag 10 juni zetten we onze zwaarbeladen fietsen op de trein naar Utrecht en vandaar verder naar Heerlen. Er is gelukkig plek voor de fietsen. In Heerlen aangekomen denken we wel op de ANWB fietsborden naar Vaals te kunnen fietsen maar dat valt tegen, tot iemand ons een beetje op weg helpt. Dan gaat het makkelijk. We zijn te vroeg voor ons Vrienden op de Fiets adres voor vanavond, dus doen maar een bakje op een terras, waar de WK koorts al op gang komt. We hebben een grote kamer in een rustige straat maar onze gastvrouw raadt wel aan alle bagage in huis te brengen.
Vrijdag 11 juni – De volgende ochtend ontbijten we vroeg, zetten alles weer op de fiets en wurmen ons vanuit de achterkant van de tuin omhoog naar de openbare weg. Het is niet ver naar het station van Aken, zo’n 6 tot 8 km. Daar kopen we kaartjes voor Trier en het is een leuke rit. Van Keulen naar Trier gaan we de hele Eifel door. Precies op tijd arriveren we in Trier, zoeken even naar de weg die ons bij de Moezel moet brengen. Het is mooi weer geworden en het is plezier rijden langs de Moezel, nadat we in Konz boodschappen hebben gedaan. Het is nog wel een behoorlijk stuk naar de camping, zo’n 50 km. Pas rond half zeven zijn we uitgefietst Op de camping vinden we een plek onder de bomen met uitzicht op de wijngaarden, maken ons eten klaar en hebben het gevoel dat de trip echt is begonnen.
Zaterdag 12 juni – Tegen negenen op zaterdagochtend kunnen we de sleutel van het sanitair inleveren en gaan op pad. We komen een Lidl achtige supermarkt tegen en doen gelijk onze boodschappen. Het is altijd maar afwachten wat je verder nog tegenkomt. We komen door Schengen en rijden dan Frankrijk binnen. Dan krijgt Ton een lekke band, gelukkig de enige op de hele trip. Alles van de fiets, op zijn kop en een nieuwe band erop. Het lek was niet 1 2 3 te vinden. We lunchen net nadat we definitief de Moezel achter ons laten (we zullen hem later nog een keer kruisen). Dan beginnen de hellinkjes: kort en gemeen. Zo bereiken we onze camping bij Volstroff en krijgen we een stortbui. Vroeg in de aviond arriveert nog een stel fietsers dat ook deze route fietst, maar dan van zuid naar noord. Zij zijn afgepeigerd na 90 km. fietsen. We hebben brood kunnen bestellen, zodat we de volgende ochtend iets te eten hebben.
Zondag 13 juni – Deze zondag hadden we de eerder genoemde 90 km. kunnen rijden, maar dat leek ons wat veel, zodat we een tussenstop bij een Chambre d’hote hebben ingelast in Brulange, een uitstekende keus. We rijden weer door mooi terrein en lieflijke dorpjes, waarop wij in Les Etangs komen en Café Du Retour koffie voor ons heeft en er ook nog een bakker is. In Hemilly lunchen we en dan komen we vroeg in de middag aan bij Isabel en Jean-François Bertrand. Die hebben een mooie kamer voor ons, we zullen er vanavond eten en kunnen een poosje lekker relaxen. Later in de middag komen nog een vader en zoon uit Brabant op de fiets aan die ook overnachten. Het wordt een gezellige avond met hun hele familie en met een lekkere barbecue. Onze gastvrouw spreekt aardig Engels en wij doen ons best ons Frans wat te oefenen.
Maandag 14 juni – Na een perfect ontbijt gaan we op pad voor een bescheiden etappe van 40 km. naar Vic-sûr-Seille. Ook hier enig gemeen klimwerk en zelfs loopwerk. In Chateau-Salins serveert een wat norse ober ons perfecte koffie en wijst een student ons naar de supermarkt, zodat we goed voorzien in Vic aankomen. Onderweg zagen we nog een treurig 45km autootje dat een voorwiel verspeeld had. Een shovel raapte het geheel op en vervoerde het naar een veiliger plek. Achter op de camping zijn de plekken voor de tenten. We komen in de buurt van enkele doorgewinterde fietskampeerders te staan. We zitten op het grensgebied van mooi weer en regen. We krijgen van allebei wat.
Dinsdag 15 juni wacht ons een etappe van ruim 80 km. naar Charmes. We moeten nu voldoende warmgedraaid zijn om dit aan te kunnen. In Lunéville doen we koffie en boodschappen en vinden op een bankje bij een begraafplaats een prima lunchplek. Ook is daar meestal een kraan, zodat we onze flessen bij kunnen vullen. Onderweg ontmoeten we een stel fietskampeerders uit Willemstad, ook op weg naar het zuiden. Onze camping in Charmes ligt op een eiland in de Moezel. Het is een grote camping maar er is plek buiten de drukte en het gezeur over wifi ontvangst. Op tijd naar bed want morgen is er weer een lange dag.
Woensdag zijn we snel op pad, zien iemand met brood lopen. Dan is een bakker niet ver weg en we slaan weer in: lekkers en pains complet. Vandaag opnieuw veel hellingen maar goed te doen. Later in de trip zal het pittiger worden. We komen bij de rivier Saône terecht, dichtbij de bron. In Corre doen we boodschappen bij de Intermarché. We moeten even wachten want hij is nog dicht. We raken in gesprek met een stel fietsers uit Zoetermeer, die dezelfde route als wij afleggen. We zullen ze nog diverse keren tegenkomen. Bepakt met lekkers doen we het laatste stukje naar Hurecourt. Hier moet een camping zijn, een stukje uit de route. Een prachtig bordje met een verroeste fiets wijst ons de weg, die steeds slechter wordt. En dan gaat het ook nog regenen. We vinden de camping, zetten snel ons spul op en mogen gebruikmaken van een blokhut, die aan de campingzijde open is en waar gezeten en gekookt kan worden. Hier brengen we de (vochtige) avond door.
Donderdag 17 juni – We naderen langzaam maar zeker de Jura en het tot nu toe redelijk tot goede fietsweer begint ons in de steek te laten.De tent moet erg nat ingepakt worden als we op pad gaan voor een etappe van 55 km. Onderweg komen we door Port-sûr-Saône, waar de bakker lekkere dingen voor ons heeft en we bekende fietskampeerders tegenkomen. We rijden door dorpjes met oude wasplaatsen. Uiteindelijk komen we in Soing aan, na een nu veel bredere Saône overgestoken te zijn. Hier rechts ligt de camping. Het is weer droog geworden en ook de zon laat zich af en toe zien zodat de regenkleding snel uit moet. We hebben jetons voor de douche nodig maar de beheerder komt alleen in de ochtend. Dus behelpen we ons een beetje met wassen. We staan en de tent kan drogen.
Vrijdag 18 juni gaan we op weg naar Arc-et-Senans. Om 7.20 zijn we op pad, ruim voordat er betaald zou kunnen worden. We hebben een lekkere fietsdag van 80 km. over wegen waar het eerder geregend heeft. Na de koffie rijden we Marnay binnen. Hier eindigt boek 1 van deze route, toch wel een mijlpaal. Het boek gaat de tas in en boek 2 komt in de stuurtas.Na de lunch komen we langs de Doubs te fietsen, heel mooi maar een stevige bochtige klim daarna over een wat drukkere weg met vrachtverkeer bevalt ons minder. Oud-strijders worden geëerd in Liesle en gaan we via een heuse fietsstrook langs de weg op Arc-et-Senans aan. De camping hier is rustig en heeft een overdekte picknick tafel. Hier gaan we aan wijn en paté en later aan het avondeten. Hierna maken we nog een wandeling naar de rivier Loue die knap hoog staat.
Zaterdag 19 juni – Het echte klimwerk gaat beginnen. We gaan de Jura in en ook het weer laat zich niet van zijn beste kant zien: nat en koud. Na de koffie in Polligny gaat het zachtjes regenen als we aan 4,5 km klim van 6% beginnen. Onderweg is een plek om even bij te komen. We zijn trots als we boven zijn in de mist op 600 meter. Hierdoor missen we het uitzicht op een van de mooie diep liggende valleien die wat verderop te zien moet zijn. We krijgen het koud. In Mirabel is een donkere Bar-Tabac die echter wel open is. Hier warmen we bij weer wat koffie wat op en later lunchen we in een bushokje in het dorp. We besluiten als het kan een hotelletje te pakken zodat we wat kunnen opdrogen en opwarmen. In Pont-de-Poitte ligt het Hotel de l’Ain, dat plaats voor ons en de fietsen heeft. De fietsen staan ’s nachts in de entree van het hotel en het eten is er uitstekend. Goed opgelost.
Zondag 20 juni gaan we voor 48 km. op pad naar Thoirette bij een staalgrijze lucht. Tegenover ons hotel kunnen we boodschappen doen. Er zijin veel wielrenners en mountainbikers op pad en er staat weer klimwerk op het programma. Een klimmetje met 11% is voor ons met zware bepakking niet te doen maar de klim naar Onoz, iets boven 600 meter lukt wel. We poseren bij het bord van het dorp. We gaan langs het Lac de Vouglans, dat de Tour dit jaar ook aan zal doen. We genieten van onze Chaussons-aux-pommes, een lekkernij die we hier vrijwel altijd vinden bij de bakkers. We dalen af naar het dal van de Ain, ong. op 300 meter en het zonnetje gaat zijn best doen bij 14 tot 15 graden. Op onze camping kunnen we alles verder laten drogen en we zijn terug in het ritme van kamperen. ’s Avonds maken we nog een wandeling langs de Ain met mooie dreigende luchten.
Op maandag hebben we weer een lange etappe, maar heel mooi door het dal van de Ain naar St. Maurice de Gourdans. Een 8 à 8 heeft wat te eten voor ons en het weer oogt wat vriendelijker. Wel is het koud. We komen langs een prachtig viaduct met bogen over de vallei en stoppen in Poncin voor koffie bij een drukke bar-tabac, waarbij de eigenaar vraagt naar onze fietsplannen. Een drukke weg vraagt voor een paar kilometers al onze aandacht, waarna we weer de rustige weggetjes op kunnen.ook omdat dit dorp de geboorteplaats is van St. Exupery, de schrijver van “Le Petit Prince”. Op het eind van het dorp kunnen we kijken naar naar zijn vervallen “chateau”. Onze camping bereiken we via een net geasfalteerde “route barrée”, waar we toch wel op kunen fietsen. De camping lijkt verlaten, maar is gelukkig open. De patron vertelt ons dat de winkel op maandag dicht is, zodat we onze noodmaaltijd met lamsgehakt moeten aanspreken. Zeker geen straf.
Dinsdag 22 juni hebben we een middellange, pittige etappe naar Châtonnay. We gaan de Rhône kruisen, weer een mijlpaal en een teken dat we het zuiden naderen. In Frontenas drinken we koffie en vinden een traiteur voor lekkers bij de lunch. We worden ingehaald door fietsers die we in Charmes en Corre nog gezien hadden, kunnen neerstrijken op een camping maar hebben energie voor nog een klim naar Châtonnay waar een camping à la ferme moet zijn. Kost wat moeite die te vinden. Het bordje naar de camping en de beschrijving in het boekje sporen niet helemaal. Diverse keren vragen leert ons dat het bordje volgen hier het beste is. De camping is rustig, we staan alleen op een veldje en kippen scharrelen rond de tent. Het is fris, winderig maar wel droog gebleven.
Woensdag 23 juni is St. Donat onze bestemming. Het lijkt prachtig weer te worden. Heerlijk na de kou en de regen van de Jura. We lijken door een soort Lake District te rijden met meertjes waar de vroege ochtendzon prachtig overheen schijnt. We rijden langs mais- en koolzaadvelden op zoek naar winkels. Die vinden we in Le Grand Serre. Een oudere vrouw vertelt ons daar over de geschiedenis van haar familie (concentratiekamp in WW2) en over enkele bezienswaardigheden in het dorp, zoals een overdekte markt.In Tersanne vinden we een dorpsplein met bomen en bankjes op te lunchen en komen weer het stel uit Zoetermeer tegen en horen hun ervaringen tot nu toe. Prachtige uitzichten langs een helling begeleiden ons naar St. Donat. We bekijken het dorp, vinden een supermarkt voor de boodschappen en om half drie komen we de 4* camping op. De poespas valt mee en we krijgen tafel en stoelen op ons met heggen afgeperkte plekje. Perfect en met 25 graden heerlijk om zo binnen te komen. Een flesje Côtes du Rhone doet de rest.
Donderdag 24 juni – We verslapen ons een beetje. De camping bevalt blijkbaar te goed. We brengen ons meubilair terug, rijden nog twee km. over de wat drukke weg, waaraan de camping ligt en slaan daarna af naar een onooglijk maar mooi weggetje dat ons naar. St. Romain brengt. We vinden daar een bakker en lopen met de fiets aan de hand door het mooie oude centrum. Een lang stuk vals plat brengt ons haar Chabeuil, dat we we nog kennen van een eerdere trip in 1998. De terrassen worden in gereedheid gebracht en dus kunnen we van verse koffie genieten. Onder een staalblauwe lucht wordt het steeds warmer. Links in de verte liggen de bergen van de Vercors. De dorpen worden steeds mooier. We klimmen naar 393 meter waar Crest ligt. We vinden een supermarkt maar zien geen borden naar de camping. We gokken op een weg die richting centrum gaat. Dat is de goeie.De camping heeft een “jardin” voor de fietskampeerders en daarvan zijn er toch wel wat. Verder veel Nederlanders. We raken in gesprek met een Zwitserse fietsster, die, aangemoedigd door haar kinderen, met een solotrektocht bezig is.
Vrijdag 25 juni – Half zes staan we vrijdag de 25ste op voor de “berg” etappe richting Valreas. 5% over 3 km. en 7% over 4km. klim staan op het programma. Het is nog koel als we op pad gaan naar de Pas en Col de Lauzan, rijdend langs een steile bergwand, net de Tour de France. Als beloning hebben we onze chaussons-aux-pommes. Het is genieten. De lavendelvelden komen in beeld. Kort daarna stoppen wij in La Bégude-de-Mazenc voor koffie, ons oorspronkelijke doel voor vanavond (na 37 km.). Maar het is pas half elf, dus heel vroeg en we voelen ons eigenlijk nog fris. We gaan door en knippen de laatste klim in tweeën met daartussen lunch. Op de top hebben we uitzicht op de Provence en beginnen de lange afdaling naar Valréas. Onderweg komen we nog door Taulignan, een middeleeuws plaatsje. We vinden een schaduwrijke plek op de camping van Valréas, waar het intussen 28 graden is. Het stadje heeft een Aldi waar we later boodschappen doen, waarna we kunnen relaxen in onze thermarest stoelen. We hebben een dag gewonnen, die we later in Avignon kunnen besteden.
Zaterdag 26 juni gaan we naar onze uiteindelijke eindbestemming Avignon, 76 km. In Valréas pakken we nog even de bakker mee en dalen dat lichtjes verder de Provence in. In Richerenches, een schitterend oud dorp, maken we foto’s. We stoppen nog en enkele andere dorpjes, overwinnen nog een klimmetje. Zo komen we in het oude Orange aan. Hier lopen we met de fiets naar het centrum, waar we een prachtig pleintje vinden voor perfectie koffie voor maar 1,50 euro. Raken daar in gesprek met een Nederlands echtpaar wat met fiets per vliegtuig naar Pisa is gereisd en via Corsica nu hier aan het fietsen is. We vinden het ook tijd worden voor een echte Franse lunch. Die vinden we in Caderousse, waar de kok buiten lekker aan het barbecuen is. Genieten in de schaduw op het plein. Via prachtige weggetjes rijden we hierna het Île de la Barthelasse op en komen we in het gebied waar verschillende campings voor Avignon liggen. We vinden een wat sleetse camping vol met seizoenswerkers maar verder rustig met vermaak door een uitgebreide kattenfamilie en een kikkerconcert.
Zondag 27 juni – Het is een aparte ervaring om op zondag rond half acht door een stil Avignon te fietsen waarbij we de Pont d”Avignon in de ochtendnevel zien liggen. We komen hier later terug en zetten koers naar Arles. In Maillance doen we wat inkopen en proeven af en toe de sfeer van Van Gogh. Een fietspad brengt ons in Fontvieille, waar een gezellig plein uitnodigt voor koffie. Een fietsend Canadees echtpaar vraag of we “just as crazy as we are” zijn. Dat klopt wel.Een klein klimmetje brengt ons bij de Molen van Daudet. Hierna naderen we Arles. Het is een ontnuchtering te zien dat het Romeinse aquaduct is onderbroken voor een rotonde. De camping biedt nogal dorre plekken maar we vinden er een met schaduw. Tegenover ons een fietsend echtpaar dat net met de autoslaaptrein is gearriveerd voor deze route. ’s Middags nemen we de tijd om Arles uitgebreid te bezoeken, erg de moeite waard.
Maandag 28 juni – De Middellandse zee komt steeds dichterbij. Maandag 28 juni zullen we tot 10 km. afstand komen. Kamperen in Stes Marie de la Mer werd ons afgeraden, zodat we er weer voor kiezen bij de boer(in) te kamperen in Pioch Badet. Om 7 uur zijn we op pad, verdwalen wat in Arles maar dat corrigeren we. St. Gilles is de laatste plaats waar we boodschappen kunnen doen en waar we om kwart over acht aan de koffie zitten in Bar Le Trident. Als we om twaalf uur Pioch binnenrijden is onze watervoorraad zo goed als op. Blij dat we op de camping zijn en in de schaduw onder een grote boom. Het is 32-33 graden. Hier zijn muggen, maar het waait gelukkig. De lucht dreigt maar het is loos alarm, de rainfly kan weer van de tent als we gaan slapen.
Dinsdag 29 juni is dè dag. Bestemming Stes Maries de la Mer. Mooie zonsopgang vanuit de tent. Om half zes staan we op en proberen de muggen te ontwijken. We blijven hier een nacht staan, dus kunnen we om zeven uur lichtbepakt afzakken naar Stes Maries. Onderweg zien we de witte ponies van de Camargue en stoppen we bij de flamingo’s, die we proberen op de foto te zetten. Bij het plaatsnaambord zetten we onszelf op de foto, doen dat nogmaals bij het Office de tourisme en op het strand. Nu eerst koffie, wat kaarten schrijven en sturen en te genieten van de reis zoals die tot nu toe verlopen is. We hangen nu de toerist uit en willen ons succes vieren met een lunch, maar waar? Na een rondgang langs de menu’s maken we een keus.We doen daarna boodschappen en gaan dan terug naar Pioch en zoeken in de warmte de camping op, waar we vermaakt worden door diverse eendenfamilies die langskomen. Opnieuw dreigende luchten maar geen onweer.
Woensdag 30 juni hebben we een wat langere dag. We mikken op Fontvieille. Met wind mee rijden we in hoog tempo door de Camargue. Om half elf zitten we op het terras van een gezellige bar tabac in hartje Arles aan de koffie en verkeersopstoppingen te bekijken. Vlakbij is een bakker. Verder nu. Altijd oppassen bij rotondes. Je krijgt niet altijd je voorrang. We passeren weer de molen van Daudet en dalen dat soepel af naar Fontvieille, waar we voor de middagsluiting nog net boodschappen kunnen doen. Gras is op de camping van Fontvieille een schaars product. We krijgen een minder geslaagde plek toegewezen die we kunnen ruilen voor iets beters. De energie ontbreekt om de tent op te zetten, maar als ’s middags een onweer en bijbehorende wolkbreuk losbarst komen we snel in actie om eerst alles veilig te stellen in het sanitair en vervolgens toch maar de tent op te zetten. Later wordt het dampig droog en weer warm. Onze plek is wat modderig dus wijken we uit naar de receptie waar bankjes staan, om wat te lezen.
Donderdag 1 juli is onze laatste korte etappe naar Avignon. Vroeg op en om zeven uur op de fiets. Koffie in Maillane, waar we de tijd voor nemen om pas na de ochtendspits in Avignon aan te komen. Daar zoeken we de VVV op om een hotelletje te vinden voor twee nachten. Met een foldertje van een hotel in de hand gaan we maar eens kijken. Het lijkt ons wel wat. Vlak bij het station. Het is niet overdreven duur, fietsen kunnen in de garage. Kamer wel helemaal bovenin. Dat zou wel eens heet kunnen worden. ’s Middags bezoeken we het Palais des Papes en het museum en volgen een stadwandeling. ’s Avonds vinden we een leuk terras in het centrum om te eten. Het is gruwelijk heet in onze kamer en we denken erover de laatste nacht toch te verkassen naar iets koelers.
Vrijdagochtend krijgen we van de eigenaar een ventilator voor de kamer, slaan we spullen in voor een lekker ontbijt in het park, wandelen daarna door de stad, bezoeken de Pont d’Avignon hebben lunch en kopen van alles voor een picknick later in de tuin van het hotel. De ventilator redt ons ’s nachts. Dit keer slapen we prima ondanks de warmte.
Zaterdag 3 juli hebben we weer ontbijt in het park, kijken dan nog wat rond en halen en bepakken onze fietsen bij het hotel. We lunchen vegetarichs en gaan zachtjesaan naar het Gare de L’est vanwaar de autoslaaptrein vertrekt. Veel auto’s staan al opgesteld en we checken rond drie uur in. Alle bagage gaat van de fiets af, anders kan deze niet in het rek. Het is leuk om het ladingsproces te volgen en als laatste ons fietsenrek op wieltjes aan boord te zien gaan. Ook de fietsers uit Zoetermeer zijn er. Rond zes uur kunnen we aan boord, waar ons twee verrassingen wachten: we hebben de 6 persoons coupé voor ons zelf en we krijgen diner en ontbijt (zoals in een vliegtuig). Om kwart over zeven zet de sliert zich in beweging.
Zondag 4 juli – Een half uurtje te laat komen we in Den Bosch aan. Het manoeuvreren van de trein en het afrijden van de auto’s kost veel tijd zodat pas na bijna twee uur onze fietsen te voorschijn komen. We laden alles op, nemen afscheid van de mensen uit Zoetermeer en merken dat er geen treinverkeer naar Utrecht mogelijk is. Dan maar naar Tilburg en vandaar naar Blaak. Als we daar aankomen is net de Tour de France uit Rotterdam vertrokken. In die toepasselijke sfeer maken we bijna de 1300 km. vol. Mooie trip. Smaakt naar meer!
