Drenthepad van 2000 tot 2006
Tussen oktober 2000 en augustus 2006 liepen we in etappes het Drenthepad. Hieronder het verslag van deze 360km lange route in tekst en foto’s.
Uffelte – Appelscha, oktober 2000 en jan. 2003
Onze route begon op een grijze januaridag in Uffelte, waar je eerst langs de rand van het dorp loopt en onderweg een aantal prachtige Drentse boerderijen tegenkomt.Hierna loop je onder de Westeresch door waarna de route via het Uffelterzand het bos in gaat.
Hierna gaat het langs een van de Nivonhuizen de heidevelden in. Je loopt door Westerzand onder het Branderveen door, langs het Oosterzand, waar je het open veld weer zichtbaar wordt met Diever op een paar km. noordelijker.
De route voert vanaf Diever vooral door bos en heidevelden met de Kale Duinen bij Appelscha als leuke afwisseling. We liepen midden november en pikten nog wat herfstkleuren mee. Vanuit het centrum van Diever ga je eerst langs het hunebed om vervolgens door het Dieverzand naar het noorden te gaan. Het eerste deel van de route is heel bosrijk
In de bossen ten noordwesten van Diever zijn runderen uitgezet om te voorkomen dat het gebied dicht groeit. We bevinden ons in Nationaal Park Drents-Friese Wold.Het Aekingerzand, ook wel de “Kale Duinen” genoemd, gaf een prachtige sfeer op deze mooie winterse januaridag, toen we dit gebied van de route nog een keer bezochten. Zand, riet en water wisselen elkaar af.
Appelscha – Vries, november 2003
We pakten de draad in november 2003 weer op. De herfst was laat en de kleuren bleven lang mooi. De route ging naar Ravenswoud, verlaat daar de verharde weg en slingert zich door een bos naar het Fochteloërveen een van de laatste stukjes origineel hoogveen in Nederland. In de verte zie je het Bankenbosch liggen, waar je een stuk doorheen loopt en links door mooie herfstkleuren wordt verrast. De wandeling voert door Veenhuizen zelf, langs de gestichten en de aparte bouwstijl uit het begin van de vorige eeuw. Op een bleek-zonnige middag zo rond kwart over vier in november naderen we Norg met de molen als niet te missen richtpunt. Na 24 kilometer was dit een mooi eindpunt voor de dag.De volgende dag ging de route over de veldwegen en door de bossen van Norg naar Vries.
Eelde – Gieten, december 2003
In december 2003 namen we de trein naar Assen en bus 50 naar Groningen. Op busstation De Punt waren we dicht bij een goed startpunt op de route voor twee dagen wandelen. Na een paar honderd meter hadden we, een kilometer onder Eelde, aansluiting
De route loopt vaak langs bosranden waardoor je de sfeer van het bos kunt combineren met goede vergezichten. Na het kruisen van kanaal en A28 bereiken we snel het meest noordelijke punt van de route die langs boomgaarden (links) daarna Glimmen in gaat.
Hier maak je wat meer gebruik van verharde wegen. Pas na de golfbaan bij de Pollse Laan komt het bos weer in beeld, het Noordlaarder bosch. Het Nivonhuis hier is een potentiële overnachtingsplaats maar het is in deze tijd van het jaar dicht en ook het enige andere overnachtingsadres in Noordlaren is dit weekend niet beschikbaar.
Via Midlaren mikken we daarom op Zuidlaren, een levendig dorp waar voldoende accommodatie te vinden is. De route is soms verhard, soms zijn het zandwegen en raakt de oever van het Noordlaaarder meer alvorens via het Havenkanaal af te zakken naar Zuidlaren.
Als we de volgende ochtend na een perfect ontbijt om 9 uur vertrekken uit Zuid-Laren vriest het nog, is het windstil en is de lucht staalblauw. Langs bosrand en open veld komen we in het plaatsje Schuilingsoord vanwaaruit de route een klein stukje langs de N34 loopt (links). Dan wacht het Kniphorstbosch en vervolgens Anloo waar een paar plekken zijn voor een koffie- of snertstop.
We zoeken het Landgoed Terborgh op, waar een pinetum is en de rijp op plekken die pas net de zon zien, nog prachtig op gras en struiken staat. We kruisen de weg naar Eext en nemen de zandweg die naar het zuidoosten gaat richting Gieten. Het Zwanenmeer is een leuke afsluiting van deze twee dagen wandelen. In Gieten nemen we de bus naar Assen die aansluit op onze trein.



Gieten – Emmen, maart 2004
Het is koud, grijs en stil weer als we met de Qliner 300 vanuit onze eindbestemming Emmen bij het beginpunt aankomen. Het vrijwel ontbreken van wind doet vergeten dat het maar 4 graden is. In dit deel van de route is het thema Hondsrug, hunebedden en grafheuvels. Die Hondsrug komt heel duidelijk in beeld als je langs de achterkant van Gieten loopt. Je hebt een wijds uitzicht op het afgegraven veen van de Groningse veenkoloniën die veel lager liggen.
Wat zuidelijker loop je zo’n twee kilometer over het wandelpad dat op de spoorbedding ligt van de treinen die hier vroeger reden. De viaducten en wallen aan beide kanten geven een apart gevoel. We naderen Gasselte waar de zeer noodzakelijke bak koffie te krijgen is met “iets erbij”. Brasserie De Wiemel is nog niet open maar in het dorp is een sfeervol “Hotel d’Olde Hof” dat ons niet in de steek laat.
Na Gasselte is het tijd voor bos en het Drouwenerzand, een prima afwisseling voor de spoorbedding. Via Kempenesch en Oosterech komen we in het buurtschap Bronneger aan, dat een vijftal hunebedden te bieden heeft. Onze eindbestemming voor deze dag is Borger, waar het grootste Nederlandse hunebed te vinden is en een bezoekerscentrum dat op een boeiende manier de geschiedenis van hunebedden en grafheuvels laat zien.
Borger heeft een centrum met diverse eetgelegenheden, voor ieder wat wils. Een prima overnachtingsadres vonden we bij pension Molenerf, waar we onze intrek nemen in een knus appartementje. Het ontbijt staat in de koelkast klaar.
Was de vorige dag met 16 km een makkie, de trip van Borger naar Emmen is ong. 24 km, reden om op tijd op pad te gaan. Het regent licht, dus regenbroek aan bij 3 graden. De eerste helft van deze etappe gaat vooral door bos. De gletscherkuil in het Buinerveld geeft nog een beeld van de ijstijden. Via Boswachterij Exloo komen we op het Molenveld. Het is inmiddels droog geworden en de zon dreigt door te breken. Als dat gebeurt op de natte donkere heide trekt daar onmiddellijk een mist uit op die zachtjes over de heide uitwaait, een sprookjesachtig fenomeen dat hooguit 5 minuten duurt. Hierna is de zon weer weg.
Langs de bosrand en een bungalowpark draait de route vervolgens naar het zuiden langs kaarsrechte zandwegen en keitjes naar het Valtherbosch, vlak boven Emmen. Dorpen onderweg kom je niet tegen, bankjes evenmin tijdens dit laatste stuk. De laatste pagina op de kaart staat ingeschaald op 4 km maar dat is een illusie. Daar loop je geen 80 minuten over. Dat moeten er 6 geweest zijn. Een klein beetje afzien op het eind maakt je sterk. Een grand café bij het station in Emmen biedt de benodigde troost. Conclusie: een mooie stuk route met een duidelijk thema.
Emmen – Westerbork, maart 2005
We hebben een jaar stilgelegen als het om het Drenthepad gaat. Gelukkig begon het half maart weer “loopbaar” te worden na de grote sneeuwval eerder die maand. We zagen nog kleine hoopjes sneeuw hier en daar op de route! We namen de trein naar Emmen op een grijze zaterdagochtend. De stationsrestauratie in Emmen heeft uitstekende koffie en appeltaart. Een kleine oppepper mocht wel voordat we aan de 21 km. naar Gees zouden beginnen.
De route volgt een stukje het spoor, gaat door het levendige autovrije centrum van Emmen en gaat daarna snel Emmen uit naar het westen. De eerste kilometers gaan over verharde weg. Helaas komt dat op dit deel van de route wat vaak voor, maar alternatieven zijn er soms niet. Na 3 km. draaien we het Noordbarger bosch in. Dit is een mooi stuk van de route. Jammer dat het zonlicht niet door de bomen speelt. Het is echter droog en de regenjas zit nog in de rugzak. We komen door het plaatsje met de prachtige naam Diphoorn en door de velden naderen we Sleen. Hier vinden we de hoogste kerktoren van Drenthe.
Intussen vonden we een bankje (die zijn er zelden als je ze het hardst nodig hebt), hadden lunch, koelden af en dat was het moment om de regenjas toch maar aan te doen. Van Sleen gaat het via Broekveld en Kruidhaarsveld richting Havezathe De Klencke, een prachtige vierkante kilometer met bos en heide. Als we het Klenckerveld uitkomen zien we Oosterhesselen in de verte liggen. Dat lijkt een mooi plekje voor (weer) een kop koffie en een opwarmer. Het is doodstil in café Been, maar we trekken blijkbaar klanten aan want als we weggaan stroomt de tent vol. Een paar mooie stukjes bos en veld volgen. Verstopt achter een hekje ligt een piepklein Joods kerkhof met één grafsteen. Het Jeudenkerkof, zoals het genoemd wordt, herinnert nog aan de kleine Joodse gemeenschap die in het begin van de vorige eeuw in Gees woonde. Tijdens de jaren ’30 trok men weg en is er niets meer van hen vernomen.
Gees is een dorp met prachtige boerderijen. De kleine kern kent één pension en een restaurant. Dat is voldoende. Pension Wolbers is een aanrader. Het zit in het VVV-gebouw. Schone, ruime kamers, een pot koffie of thee ’s avonds in de zitkamer, goede douche en lekker ontbijt. En dat voor € 22,50 per persoon. Na het eten willen we nog even de benen strekken maar dat is van korte duur. Ze vinden 21 km. wel genoeg. Kwart over negen gaat letterlijk en figuurlijk het licht uit.
De volgende ochtend is het zonnig en er is inspiratie voor de volgende 22 km. Mooi weer is deze dag wel prettig want onderweg is er tot Westerbork helemaal geen ravitaillering. Het blijft gelukkig mooi weer. Na een kilometertje verharde weg draaien we het Geeserveld in en gaan richting de Boswachterij Gees. Het is een prachtig stuk route. We komen aan in Nieuwe-Balinge. In het parkje in het centrum staat een bank op ons te wachten. Schoenen en sokken kunnen uit. Voeten kunnen drogen. De lunch gaat er goed in. Hierna gaat de route, die tot dan vooral in westelijke richting ging, naar het noordnoordoosten en we komen op het Mantingerzand terecht, een juweel van een natuurgebied waar ook goed te fotograferen is. Jammer dat we het moeten verlaten. Ons wacht weer 4 km verharde weg.De Boekweitenplas, een drassig heidegebied ten zuidwesten van Westerbork maakt weer veel goed. We komen nu geleidelijk meer wandelaars tegen. We kruisen de N34 en komen langzamerhand bij de camping en zwembad van Westerbork. Dit stuk gaat door bos en langs bosrand. Een klein kind, bang van spinnen, wil het bos niet in. Een ander meisje zegt “kom maar mee hoor, ik kan heel goed schreeuwen”. We komen bij de Hoofdweg in Westerbork. De bus naar Beilen komt op zondag maar drie keer langs. We nemen koffie en krentenwegge en de treintaxi wordt voor ons besteld. Het volgende stuk lonkt.



Westerbork – Beilervaart, mei 2006
Dit keer liepen we een deel van het pad niet in de winter maar op twee prachtige voorjaarsdagen met temperaturen boven de 20 graden en volop zon. Deze tijd van het jaar is de natuur erg mooi. De bomen beginnen hun groen te krijgen en er zijn veel bloesems. Vroeg op dus en de trein van 6.45 uit Rotterdam om om half tien te kunnen starten. De eerste dag voert de route vooral over veldwegen en bospaden. Het is de langste wandeldag van het Drenthepad, ruim 26 km naar Hooghalen.
We lopen vanaf de brink oostwaarts en zijn al snel van de verharde wegen af en horen alleen nog onze voetstappen en het geluid van de vogels. Onze eerste stop is Orvelte, waar we op een kinderboerderij een kop koffie nemen.
Via het Oranjekanaal en het Orvelterzand bereiken we de bossen (Boswachterij Elp en Grollo). We draaien rechts om en over het plaatsje Elp heen en komen zo terecht bij het Monument Kamp Westerbork, waar kinderen hun gedachten aan het kamp op papier gezet hadden. De gedichten lagen op de spoorrails, heel indrukwekkend, zoals alle stille getuigen van deze zwarte periode.
De radiotelescopen zijn nadrukkelijk aanwezig. Er is veel uitleg en ook zijn er op 50 meter afstand twee schotels opgesteld waarbij je elkaar, ieder bij een van de schotels, zelfs zacht fluisterend kunt verstaan. Ook zijn de planeten in ons zonnestelsel op de route te vinden, in de juiste verhouding als het gaat om de afstand tot de zon en hun eigen omvang.
De laatste twee kilometer gaan over een oude landweg door het bos. We steken de spoorlijn over en komen uit op de Hoofdweg in Hooghalen, waar een uitstekend Vrienden op de fiets-adres is, restaurant Napoleon, een bakker en een supermarkt. Wat heb je verder nog nodig?
De volgende ochtend, na ons bevoorraad te hebben, gaan we verder naar het westen langs de rand van het dorp, over de A28 en vervolgens het veld in. Dan hebben we het over het Laaghalerveen, Noorderveld en Hijkerveld. De route is duidelik wat meer open dan gisteren. Wel zijn er een paar heel mooie vennetjes en bomen die prachtig in het jonge groen zitten. De Schotse Hooglanders komen we niet tegen.
De route gaat geleidelijk aan naar het zuiden richting Boswachterij Dwingeloo. Voor het zover is komen we nog door het Westerveld en bereiken na zo’n 16 km. de Beilervaart. Na zo’n 700 meter richting Beilen gaat de route naar het zuiden naar de boswachterij. Dat pakken we mogelijk begin september op als de heide hopelijk nog in bloei staat. Nu liepen we verder langs de vaart om in Beilen de trein weer te kunnen pakken. dat voegde nog ongeveer 3,5 km toe aan de dagafstand. We zien uit naar het volgende en tevens laatste stuk.
Beilervaart – Uffelte, augustus 2006
Dit was de laatste etappe van onze Drenthepadwandeling. We kozen voor eind augustus omdat dit stuk van de route door de Dwingelose heide gaat, die deze tijd van het jaar in bloei staat.
We namen de trein naar Beilen, waar binnen 10 minuten de treintaxi voor stond, die ons snel afzette bij het fietspad dat vanaf de Beilervaart koers zet naar het nationale park Dwingelderveld Na weken van regen en onweer hadden eindelijk rustig en droog weer en een zonnetje gedurende de eerste kilometers. Alle augustusregen had de groei van de paddestoelen gestimuleerd. We zagen er talloze op onze route.
Via Boswachterij Dwingeloo kom je op de Dwingeloosche Heide, waar vier kilometer verder de bossen weer beginnen. Halverwege, op de Benderse Berg staat een oude boerderij, waarover in het verderop gelegen bezoekerscentrum een tentoonstelling is. Dit centrum is zeker de moeite van een bezoek waard. Onderweg kom je langs enkele schaapskooien. Aan de Ruinense kant is die te bezoeken maar de schaapskudde was midden op de dag uiteraard buiten
We sloten deze dag af bij een Vrienden op de fiets adres in Ruinen, ongeveer 2 km. ten zuidoosten van de Route.
Rond 9 uur de volgende ochtend waren we terug op de route. We draaien snel de Anserdennen in, een prachtig stuk bos met een uitnodigend theehuis in het hart. Als we eruit komen steken we een weide over met veel kalveren, waarvan er een eigenwijs het fietspad als zijn of haar domein heeft gekozen. Hierna gaat het westwaarts richting Uffelte langs enkele boerderijen waarna we op het Landgoed Rheebruggen, bekend sinds 1382, terechtkomen. De bramen zijn op een paar na nog net niet rijp. Bij de Drentsche Hoofdvaart kunnen we in een wegrestaurant nog net een bakkie pakken voor we de bus naar Meppel nemen en dit prachtige wandelpad helaas moeten afsluiten.
